Minor Architectuur

Een architect vertelt een verhaal. In Studio Amsterdam gaan we op zoek naar wat de stad te vertellen heeft. Het maken en de verbeelding staan centraal. Studio Amsterdam is gebaseerd op drie hoofdthema's.

Leerdoelen

Studio Amsterdam leert zoeken naar het onbekende, werken vanuit je intuïtie en het ontdekken van toeval. De lokale omgeving, de stad, het water en de vele geweldige architecten en kunstenaars in de stad vormen hierbij het uitgangspunt.

1. Plezier in het vak

Amsterdam werkt vanuit plezier en nieuwsgierigheid. Het is enorm inspirerend om van het werk van anderen te leren en ook naar andere vakgebieden binnen de kunsten te kijken. Er wordt gekeken hoe je kunt werken vanuit een beeld, een bepaald materiaal en de inspiratie van de stad. Onderzoek, analyse, ideevorming, productie en presentatie vloeien in elkaar over in een ontwerpproces dat misschien chaotisch lijkt, maar een aantrekkelijke en rijke manier kan zijn om architectuur te maken. We wandelen door de stad, gaan op bezoek bij architecten en kunstenaars, nodigen mensen uit om te vertellen over hun fascinaties en we leren over de meest markante plekken en gebouwen in de stad. Amsterdam is het decor van de studio. 

2. Maken

In Studio Amsterdam wordt veel met maquettes en fotografie gewerkt. En wat gebeurt er wanneer je gewoon begint en het materiaal laat spreken? Door met een open blik te werken vanuit de eigenschappen van bekende materialen, zoals karton, hout of baksteen, kom je tot ontwerpen die je van te voren nooit had kunnen bedenken. Door te gaan maken en bouwen onderzoek je de mogelijkheden van materialen en ruimtes. Dat betekent niet dat factoren zoals de locatie, de constructie en het detail niet belangrijk zijn, maar architectuur wordt zo veel interessanter wanneer je niet van te voren bedenkt wat er precies moet gebeuren. 

Stap 3: Communiceren

Architectuur vertelt een verhaal. Door je werk te communiceren, bespreken en presenteren reflecteer je op je werk en leer je je werk steeds verder aan te scherpen. Architecten maken gebruik van allerlei verschillende communicatiemiddelen: tekeningen, maquettes, computeranimaties, foto’s, teksten etc. Welke manier van communiceren werkt het beste om je plan overtuigend te presenteren? Je leert met een eenduidige en heldere boodschap je plan te communiceren doordat er naast de architectuurprogramma onderdelen vakken gegeven worden die specifiek gericht zijn op het communiceren en presenteren van je werk.

Programmaonderdelen (30 EC totaal)

1. Zachte atlas 

Studio Amsterdam speelt zich af in Amsterdam. Daarom start de minor met een stadswandeling door de binnenstad onder begeleiding van beeldend kunstenaar Jan Rothuizen. Na een inleiding op de academie wordt gevraagd aantekeningen tijdens de wandeling te maken. Probeer een onder-scheid te maken tussen de verschillende informatie lagen, sta open voor herinneringen en noteer deze naast de observaties. Gebruik tijdsnoteringen. Na de wandeling wordt er weer verzameld in de academie en wordt het werk na besproken.

2. Excursies 

Met een architect, een gebruiker, een bewoner of iemand die nauw verbonden is het met project en er enthousiast over kan vertellen bezoeken we gebouwen in Amsterdam. De excursies sluiten aan op de thematiek van de ontwerpopgave waar parallel aan gewerkt wordt.

3. Film kijken 

Film en architectuur hebben iets met elkaar. Niet voor niets wordt ieder jaar het succesvolle Architectuur Film Festival Rotterdam (AFFR) georganiseerd. Films zetten je aan het denken, doen je op een andere manier kijken en geven veel plezier. Tijdens het semester worden 3 films getoond die alle drie op hun eigen manier iets met architectuur te maken hebben. De films worden ingeleid door kenner en liefhebber Wouter Kroeze.

4. Architectuurgereedschap 

Aan de hand van architectonische voorbeelden wordt middels kijk- en doe oefeningen onderzocht welke bouwkundige en bouwtechnische middelen ingezet kunnen worden om een specifieke architectonische kwaliteit te bereiken. Doel hiervan is dat je je bouwkundige kennis gericht kunt gaan inzetten in je ontwerp. In een reeks thematische mini opgaven ga je met je kennis aan de slag. Deze opgaven en de thema’s zijn nauw verbonden met de ontwerpopgave die hier op aansluit.

5. Project / Ontwerpopgave 

De ontwerpopgave start vanuit een typisch karakteristieke Amsterdamse plek, het grachtenpand. Een grachtenpand staat tussen andere panden, heeft een rijke traditie en is vaak al vele malen veranderd in gebruik. Via het ontwerp onderzoek je wat typerend is aan een grachtenpand en hoe je aan dit type gebouw een eigen invulling kunt geven. Er wordt gewerkt vanuit specifieke ruimtes die zich bevinden in en nabij het grachtenpand. De relatie tussen de verschillende binnen-en buitenruimtes vormt een belangrijk onderdeel van de opgave.

6. Oefening / Gebouwanalyse

Tijdens deze oefening leer je een reeks representatieve Amsterdamse gebouwen kennen d.m.v. analyse, bezoek en evaluatie. Doel van de oefening is het uitbreiden van je architectonische ‘bibliotheek’, goed te leren kijken en analyseren en vooral het herkennen van ideeën achter een ontwerp en de koppeling met het fysieke gebouw.

7. Vormstudie / Crafting the facade 

In een reeks van 3 workshops van 2 dagen worden een aantal markante baksteenhoeken in Amsterdam onderzocht. De Bazal, de Beurs van Berlage en het Rijksmuseum van Cuypers worden middels kijken, tekenen, analyseren, meten en op diverse manieren uitbeelden grondig onder de loep genomen.

8. Oefening / Hoe maak je de stad? 

Dit is een oefening in het waarnemen van de stad Amsterdam, als decor van het grensgebied tussen openbaar, collectief en privé. De stad wordt voor een groot deel bepaald door de gevels langs de straten en pleinen . Een zwaar en gesloten gebouw geeft een volkomen andere sfeer in een straat dan een open en licht gebouw. Hoe wordt die sfeer bepaald? Welke rol spelen materiaal, maatvoering en vormgeving hierin? In deze lessen onderzoek je de ingrediënten van de gevel door middel van tekeningen, fotografie en vooral door goed te leren kijken.

9. Vormstudie / Maquette maken 

Idee en doen en idee en doen. Maquettes zijn essentieel in het architectonisch onderzoek. In deze oefening leer je effectieve maquettes maken. Welke methoden werken voor welke schaal? Hoe kun je met eenvoudige materialen prachtige maquettes maken? Er wordt gewerkt vanuit het materiaal dat je gebruikt en wat het materiaal kan betekenen voor een maquette. Je werkt in de maquette werkplaats van de Academie.

10. Oefening / Fotografie

Het woord fotografie is afgeleid van het Grieks en betekent letterlijk: schrijven met licht. Fotografie is een prachtig communicatiemiddel om je eerste ideeën over een ontwerp mee vast te leggen. Van begin tot eind kan fotografie je helpen bij de totstandkoming van een ontwerp: allereerst om een bepaalde sfeer weer te geven tot het presenteren van je uiteindelijke ontwerp en maquette. In 3 blokken van 3 en 2 weken wordt architectuurfotografie onderwezen. Daarbij zijn onder andere je maquettes het onderwerp.

11. Oefening / Vertel je verhaal 

Je werk helder en enthousiast kunnen overbrengen is essentieel. In de laatste twee weken van het ontwerpproject werk je onder begeleiding aan een tekst die kort en krachtig vertelt waar je ontwerp over gaat. Vervolgens wordt je begeleid in het presenteren van je ontwerp aan de hand van deze tekst. Dit gebruik je tijdens de eindpresentatie van je project.

12. Oefening / Boek maken

Je werk ordenen en goed documenteren is heel belangrijk. De minor wordt afgesloten met een presentatie waarin het doorlopen proces en de combinatie van de verschillende programma onderdelen centraal staan, maar waarin ook gereflecteerd wordt op het afgelopen semester. Daarom wordt al het werk van Studio Amsterdam onder begeleiding van een grafisch ontwerper bekeken, geordend en mooi opgemaakt in een boek dat zowel digitaal als in papieren vorm je werk representeert.

13. Architectuurgeschiedenis en theorie

In deze lezingenreeks komen belangrijke onderwerpen uit de architectuurgeschiedenis en de architectuurtheorie aan de orde.

14. De architect en het gebouw 

In een reeks van 6 (3 x 2) middagen wordt toegelicht en onderzocht hoe een architect van idee naar gebouw werkt. Het begint op het bureau bij de architect waar een project wordt toegelicht aan de hand van tekeningen, maquettes en verhalen. De week erna wordt het project samen met de architect bezocht. Soms zijn het al gerealiseerde projecten, soms is het project nog in aanbouw. Leerdoel is het opdoen van kennis met betrekking tot de vertaling van een idee of een fascinatie tot het maken van een ontwerp en het ontwikkelen van een werkwijze waarbij de nadruk ligt op de integratie tussen het concept en het denken in oplossingen.

Aanmeldingsprocedure

Ingangseisen
HBO Bachelor Bouwkunde of vergelijkbare opleiding; je thuisinstelling dient aangesloten te zijn bij undefinedKies-op-Maat. Behalve bovenstaande eisen vormen een startportfolio en een motivatiebrief een verplicht onderdeel van de aanmeldingsprocedure.

Startportfolio
Toelating en beoordeling van geschiktheid voor de cursus gebeurt op basis van een zogenaamd ‘startportfolio’. Dit is een compact vormgegeven document waarin je laat zien wat je ideeën met betrekking tot stad en landschap zijn. Je mag kiezen tussen drie verschillende manieren om dit te doen:

Het beschrijven van de stad of het landschap:
waar je bent opgegroeid en de wijze waarop deze de laatste jaren is veranderd;
waar je nu leeft en wat hier je favoriete plekken zijn;
waar je het meest van houdt en om welke redenen je dat doet.

Middelen die je hierbij kan gebruiken zijn woorden, beelden, tekeningen, film of muziek.
Belangrijk hierbij is voor ons om je persoonlijk handschrift te kunnen zien, dus kies voor een combinatie waarbij tekeningen of schetsen in ieder geval zichtbaar zijn.

Motivatiebrief
Geef duidelijk aan waarom je deze Minor wilt volgen.

Het in drievoud aanleveren van een leerovereenkomst door student en examencommissie ondertekend is een voorwaarde voor starten aan de Minor. 

Toetsing
De oefeningen, vormstudies en projecten worden aan het einde van het vak door de docent beoordeeld aan de hand van het eindproduct en participatie. Lezingenreeksen worden beoordeeld op basis van aanwezigheid en participatie.

De Minor Architectuur wordt afgesloten met een digitale presentatie van het studentenwerk.

Literatuur
Bij aanvang van de Minor wordt een literatuurlijst uitgedeeld. Je kunt gebruik maken van de collectie van de bibliotheek. 

Rooster
De Minor begint in september en wordt afgesloten met een eindpresentatie in januari 2018. De lessen vinden plaats doordeweek overdags en af en toe 's avonds. In principe ziet het basisweekrooster er als volgt uit:

Maandag: 09:30-12:30 en 13:30 tot 16:30 - Architectuurgereedschap
Dinsdag: 09:30-12:30 en 13:30 tot 16:30 - Gebouwanalyse
Woensdag: 13:30-16:30: Oefening Fotografie
Donderdag: 09:30-12:30 en 13:30 tot 16:30 – Architectuurgereedschap
Vrijdag: 09:30-12:30 en 13:30 tot 16:30 - lezingen

Sommige weken zullen afwijken van dit rooster. Wijzigingen onder voorbehoud.

Opleidingsgegevens

Studielast
30 EC

Onderwijsperiode
September t/m januari 2018
Deze minor wordt eenmaal per jaar in het eerste semester aangeboden

Voertaal
Nederlands

Module-code
2MA151

Docenten
Jos Rijs, Gus Tielens

emailFacebookTwitterLinkedinGoogle+