Nominaties voor Archiprix 2011
Archiprix is de jaarlijkse prijs voor het beste afstudeerwerk van de Nederlandse architectuurscholen. De Academie van Bouwkunst Amsterdam mag 4 projecten nomineren voor deze prijs. Ieder jaar worden na de opening van de afstudeertentoonstelling de nominaties voor deelname aan Archiprix bekendgemaakt. Dit jaar werden er 21 projecten beoordeeld, waarvan 15 architectuur-, 3 stedenbouw- en 3 landschapsplannen. Sinds jaren scoort de Academie verhoudingsgewijs hoog in deze competitie. Vorig jaar won Jeroen Atteveld, architect, de eerste prijs met zijn plan 'Thermen Westpoort', en in 2009 won Dingeman Deijs de - gedeelde - eerste prijs met zijn plan 'Uitgemergeld'.
De jury bestond dit jaar uit Machiel Spaan, Rogier van den Berg, Marieke Timmermans (respectievelijk de hoofden van de masteropleiding Architectuur, Stedenbouw en Landschapsarchitectuur), Aart Oxenaar (directeur) en de Italiaanse stedenbouwkundige prof. Bernardo Secchi (visiting critic).
In de eerste ronde werden 7 plannen geselecteerd die opvielen door de bijzondere thematiek, de helderheid van de aanpak en de kracht van het ontwerp. Dit waren, in alfabetische volgorde de plannen van Amber Beernink, Anna Borissova, Tatjana Djordjević, Jan Martijn Eekhof, Collin van Kooten, Gregor van Lit en Thomas van Nus.
In een tweede rondgang werd scherper gekeken naar de relevantie van de probleemstelling, het niveau van onderzoek naar en de consistentie in de uitwerking van de opgave, de doorwerking van het plan op de verschillende schaalniveau’s en de eigenheid van het ontwerp. In de discussie stelde Bernardo Secchi ‘imagination’ voorop als beoordelingscriterium – en constateerde dat het daaraan in de plannen niet ontbrak. Daarnaast stelde hij nadrukkelijk aan de orde dat architectuur naar zijn idee eenvoudig moet zijn: een plan moet onmiddellijk begrepen kunnen worden en het moet duidelijk zijn hoe het werkt: ‘Architecture must be easy: it must be understood immediately and it must be clear how to use it’. Hij benadrukte dat de tekening een communicatiemiddel is – ‘Drawing is an act of communication, suggestive drawings are irritable’ – en dat tegelijk uit elke lijn het besef moet spreken dat ‘architecture is something that has a materiality’.
Unaniem werden de volgende vier plannen genomineerd:
Anna Borissova, 'The School'
Dit plan beoogt een nieuwe typologie te ontwikkelen voor de driehoeksrelatie kind – gezin – school. Het heft de formele, institutionele scheidingen tussen die werelden op: kinderkamer, huis en school worden vloeiend met elkaar verbonden. Maar het introduceert tegelijk nieuwe ruimtevormen om in de overgangen tussen die werelden ieder tot zijn recht te laten komen.
De locatie op de rand van land en water wordt daarbij ingezet om ook die overgang deel te maken van deze nieuwe leef- en leerwereld.
lees verder
Jan Martijn Eekhof, 'Tempelhof. De plantage van Berlijn'
De fysieke en ruimtelijke sporen van één van de grote gebeurtenissen van de vorige eeuw krijgen in dit plan op bijna achteloze wijze een bijzondere plaats in de langzame transformatie van de metropool Berlijn. De architectonische megalomanie van het door de nazi’s aangelegde vliegveld Tempelhof en de heftige herinneringen aan het heetst van de koude oorlog – toen het via de luchtbrug fungeerde als de voederklep van West-Berlijn – worden omgezet in een verrassende en relevante nieuwe vorm van stad-maken. Het resultaat houdt subtiel het midden tussen een verstedelijkt landbouwgebied en een landbouwende stad.
lees verder
Gregor van Lit, 'Deventer reloaded'
De potenties van het binnenstedelijk bouwen – een zeer actuele opgave – worden in dit plan sprekend aan de orde gesteld. Er wordt een strategie bepaald die intelligent inspeelt op de lokale dynamiek. Er worden regels voorgesteld die een vrije transformatie mogelijk maken. Een verlaten, monotoon gebied, aan de rand van het historische stadscentrum, kan zo, met welhaast chirurgische precisie, in de loop van de tijd veranderen in een levendig, multifunctioneel stuk stad met een eigen karakteristiek.
lees verder
Thomas van Nus, 'Kindernachtverblijf'
Dit plan valt vooral op door zijn grote authenticiteit. Het thema is heel specifiek: een woonvorm voor schipperskinderen, die doordeweeks op de wal wonen om naar school te kunnen gaan. Maar door de uitwerking zijn de implicaties veel breder en toepasbaar op het wonen in het algemeen. Op gepassioneerde wijze worden al schetsend en ontwerpend vragen gesteld over ieder aspect van het programma en iedere plek in het gebouw wordt benut om te onderzoeken waar het vak van de architect in essentie over gaat. Realiteitszin en bescheidenheid – het plan voegt zich als vanzelf in de stad - worden hier gekoppeld aan diepe doorwerking en het lef inhoudelijke keuzes te maken.
lees verder






