Master Piano

Leerdoel

De student beschikt bij zijn/haar eindexamen over specifieke kwaliteiten waarmee een eigen plaats kan worden gevonden in het muziekleven. Daartoe is een sterk persoonlijke profiel van de student ontwikkeld.

Hoofdstudie

Hoofdvak: De vele terreinen waarop pianisten werkzaam kunnen zijn, vragen om een gedifferentieerde benadering per student. Hoewel één docent (de mentor) de hoofdverantwoordelijkheid draagt voor een bepaalde student, kan de student lessen volgen bij verschillende docenten, al naargelang het repertoire en affiniteit. Accenten kunnen gelegd worden op
* solospel
* liedbegeleiding
* kamermuziek
*  coaching opera

Afstudeerproject: de student geeft een meer specialistische invulling aan het hoofdvakrepertoire, doet tevens onderzoek en brengt hiervan verslag uit.

Overig onderwijs in de hoofdstudie:
* bijvak historische uitvoeringspraktijk (fortepiano, clavichord)
* oriëntatielessen hedendaagse muziek
* coaching ensemblespel
* het spelen van concerten (indien mogelijk)
* liedbegeleiding (liedklas)
* kamermuziekprojecten
* repertoireklas met o.a. gastdocenten

Activiteiten studenten: voorspelen, optreden, deelname ensembles en projecten

Werkvormen: individuele les, groepslessen, masterclasses

Vrije ruimte-aanbod vanuit het hoofdvak
* bijvak orkestdirectie (na auditie)
* partituurspel en transponeren

Andere vakken

De studenten volgen tevens master- en keuzevakken. Over onderzoek wordt apart voorlichting gegeven.

Toetsing

Beoordeling na het eerste studiejaar
1. Een optreden waarop vooruitgang op het gebied van de hoofdstudie wordt beoordeeld. Daarbij moet sprake zijn van een goede ontwikkeling van:
* de muzikale persoonlijkheid
* instrumentale vaardigheden en kwaliteit
2. Het concert duurt niet langer dan 60 minuten.
3. Als de student slaagt, wordt hij/zij toegelaten tot het tweede studiejaar.

Inhoud eindexamen
De toetsing bestaat uit een aantal onderdelen die in de loop van de twee jaren afgelegd kunnen worden.
1. Doorlopende beoordeling van deelname aan lunchconcerten, projecten, voorspeelavonden en andere concerten. De mentor coördineert deze toetsing.
2. Het slotconcert van het eerste studiejaar, zie boven.
3. Een lecture-recital of gedetailleerde programmatoelichting bij een speciale uitvoering tijdens het tweede studiejaar als presentatie van het afstudeerproject.
4. Een slotconcert van maximaal 70 minuten (pauze niet meegerekend). Het programma moet worden beoordeeld en goedgekeurd door de examencommissie. Uiterlijk 1 maart moet het programma zijn ingediend bij het studiesecretariaat op de daartoe bestemde formulieren.

Het eindexamen wordt beoordeeld door een commissie bestaande uit: een vertegenwoordiger van de directie, hoofdvakdocenten en een extern commissielid. Onderzoek wordt apart beoordeeld.

Criteria afsluiting

1. Te behalen studiepunten op het eindexamen voor het hoofdvak. Studiepunten voor het onderzoek/de lezing worden apart toegekend.
2. Te behalen studiepunten 'overig onderwijs' van de hoofdstudie.
3. Te behalen studiepunten voor de mastervakken en de vrije ruimte.

Studenten worden eerst dan tot het eindexamen toegelaten nadat de studiepunten zoals bedoeld onder 2 en 3 van de criteria zijn behaald.

foto Toon Vieijra

Docenten

hoofdvak
David Kuijken coördinator
Mila Baslawskaja
Marcel Baudet + Sweelinck Academie
Marjès Benoist coördinator Sweelinck Academie
Willem Brons
Naum Grubert
undefinedMatthijs Verschoor
Jan Wijn
Richard Egarr fortepiano
Ralph van Raat repertoirestudie 20e eeuw

bijvak piano
Marian Schutjens-Bouwhuis coördinatior
Peter Besseling
Gerrit Holtkamp
Wim Leising
Elizabeth Scarlat
Emile Simonis
Gert Jan Vermeulen
Aziël Wagenvoort

bijvak piano jazz
Berend van den Berg

Toelating

Studenten CvA
1. Voor kandidaten van het CvA moet bij het eindexamen voor de bacheloropleiding de vermelding 'toelaatbaar tot de masteropleiding' zijn behaald. 
2. Een door de kandidaat opgesteld studieplan en een aanvullend gesprek over de inrichting van het studieplan.

Externe kandidaten
1. De kandidaat stuurt vóór 1 maart het studiesecretariaat van het CvA een repertoirelijst toe met een programmavoorstel voor het toelatingsexamen. In dit programma komen diverse stijlen aan de orde en duurt minimaal 60 minuten. Het examen omvat minimaal
* 1 polyfoon stuk gecomponeerd voor 1750
* 1 klassieke sonate
* 1 romantisch werk
* 1 twintigste-eeuws werk
* 1 werk gecomponeerd na 1930
2. De kandidaat kiest tot 15 minuten van het programma zelf en de commissie vult aan tot minimaal 30 minuten uit bovenstaand repertoire.
3. De kandidaat moet, behalve van een hoog technisch niveau, blijk geven van een bewuste, persoonlijke benadering van de muzikale materie. Hij/zij moet de commissie kunnen overtuigen dat met name deze aspecten verder te ontwikkelen zijn. Een speciale affiniteit met repertoire buiten de veelbetreden paden kan een belangrijke rol spelen.
4. In samenhang met het bovenstaande een door de kandidaat opgesteld studieplan en een aanvullend gesprek over de inrichting van het studieplan.