Master Slagwerk

Leerdoel

Na een studie van twee jaar hebben studenten hun talenten in de lijn van het studieplan ontwikkeld. Ze zijn dan op het hoogste niveau inzetbaar in de professionele muziekwereld.

Hoofdstudie

Hoofdvak: specialisatie per instrument of delen van het vakgebied. Bijvoorbeeld marimba of set-up, slagwerk en theater, slagwerk en orkest, slagwerk en onderwijs

Afstudeerproject: de student geeft een meer persoonlijke invulling aan het hoofdvakrepertoire, doet tevens onderzoek en brengt hiervan verslag uit.

Overig onderwijs in de hoofdstudie:
* oriëntatielessen: keuze niet-westers slagwerk: 
a. tabla, Japans, e.d.
b. Afrikaans en Latijns-Amerikaans
c. drums jazz
* orkestspel/auditietraining
* coaching slagwerkensembles
* kamermuziekprojecten
* orkestprojecten

Activiteiten studenten: voorspelen, optreden, deelname ensembles en projecten

Werkvormen: individuele les, groepsles

Vrije ruimte-aanbod vanuit het hoofdvak:
* deelname aan educatieve projecten

Andere vakken

De student volgt tevens een aantal master- en keuzevakken. Over onderzoek wordt apart voorlichting gegeven.

Toetsing

Beoordelingscriteria na het eerste studiejaar
1. Niet via één recital, maar uit het volgen van alle activiteiten gedurende het jaar wordt de ontwikkeling van de student beoordeeld op:
* inzet
* speeltechnische vaardigheden
* presentatie
* innovatieve instelling, blijkend uit bijvoorbeeld contact met componisten en samenwerkingsverbanden
* concertervaring (individueel, groepen, orkest)

Inhoud eindexamen
1. De kandidaat geeft een slotrecital; hij/zij verzorgt op basis van een persoonlijke visie een samenhangend programma, met onder meer een bijbehorende lezing of geschreven toelichting of de presentatie van een scriptie.
2. Het slotrecital dient tevens gebaseerd te zijn op de specialisatie binnen het hoofdvak. Eisen daarbij zijn:
a. specialisatie per instrument
* niveau om de finaleronde bij een orkestauditie te bereiken
* marimba: 20e-eeuws repertoire en eventueel transcripties
* (liefst) combinaties van: solo, kamermuziek, solo + orkest
Het programma dient liefst premières te bevatten.
b. Voor set-up/mallets (20e-eeuws repertoire) specialisatie, combinatie van
* solo
* kamermuziek
* solo + orkest
c. Theaterspecialisatie
* performance, bijvoorbeeld met andere faculteiten van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten
* nieuw werk
* organisatie van het geheel speelt een belangrijke rol 
* de kwaliteit van de programma's moet van dien aard zijn dat deze werkelijk aan concertzalen/theaters verkoopbaar zijn
3. Het concert duurt niet langer dan 90 minuten, inclusief lecture. Het examen toont de progressie ten opzichte van de beoordeling van het eerste jaar.
4. Uiterlijk 1 maart moet het programma zijn ingediend bij het studiesecretariaat op de daartoe bestemde formulieren.

Het eindexamen wordt beoordeeld door een commissie bestaande uit een vertegenwoordiger van de directie, hoofdvakdocenten en een extern commissielid. Onderzoek wordt apart beoordeeld.

Criteria afsluiting

1. Te behalen studiepunten op het eindexamen voor het hoofdvak. Studiepunten voor het onderzoek/de lezing worden apart toegekend.
2. Te behalen studiepunten 'overig onderwijs' van de hoofdstudie.
3. Te behalen studiepunten voor de mastervakken en de vrije ruimte.

Studenten worden eerst dan tot het eindexamen toegelaten nadat de studiepunten zoals bedoeld onder 2 en 3 van de criteria zijn behaald.

foto Hans Hijmering

Docenten

Mark Braafhart  
Richard Jansen  
Ramon Lormans  
Gustavo Gimeno Martinez  
Arnold Marinissen studieleider slagwerk
Peter Prommel  
Nick Woud
Bence Major assistent

West-Afrikaanse percussie
Aly N'Diaye Rose sabar en djembe
Marijn Korff de Gidts djembé

Toelating

Studenten CvA
1. Voor kandidaten van het CvA moet bij het eindexamen voor de bacheloropleiding de vermelding 'toelaatbaar tot de masteropleiding' zijn behaald. 
2. Een door de kandidaat opgesteld studieplan en een aanvullend gesprek over de inrichting van het studieplan.

Externe kandidaten
1. De kandidaat verzorgt een programma dat niet langer mag duren dan 30 minuten. Hij/zij dient minstens één stuk uit het hoofd te spelen.
2. De kandidaat stuurt voor 1 maart het studiesecretariaat van het CvA een repertoirelijst toe met een programmavoorstel voor het toelatingsexamen. Het examen omvat minimaal
* 1 set-upstuk en/of
* 1 marimbawerk
* 1 samenspelstuk (optioneel)
* etude en/of orkestrepertoire voor kleine trom en pauken, en melodische slaginstrumenten
Het programmavoorstel wordt beoordeeld door de toelatingscommissie. Eventueel worden wijzigingen aangebracht. Eisen zijn opvraagbaar bij de vakgroepvertegenwoordiger.
3. Een door de kandidaat opgesteld studieplan en een aanvullend gesprek over de inrichting van het studieplan.

emailFacebookTwitterLinkedinGoogle+