“Doceren hoe je regisseur wordt, is best een schizofreen proces”
“Vind je ook niet dat er een film moet komen over Paradiso?” Als regisseur Jeroen Berkvens deze vraag voor zijn kiezen krijgt, speelt hij al een tijdje met het idee om een film te maken over podiumangst en het tegelijkertijd verlangen naar de spotlights.
Paradiso blijkt de perfecte locatie om dit idee uit te voeren en zo ontstaat Paradiso: een documentaire over de Amsterdamse poptempel waarin de beleving van de artiest centraal staat.
De beleving van artiesten filmen… Hoe doe je dat?
“Ik had bedacht dat ik de rituelen van artiesten wilde filmen. Wat doen ze als ze twee of drie uur moeten wachten en ze het volk boven zich horen stampen? Dompelen ze zich in esoterische oliën? Branden ze kaarsjes? Ik heb het met artiesten gehad over de tijd tussen de opstart en het concert en vaak bleek dat ze elke avond weer een stille dood sterven voor ze het podium opgaan.”
Het maken van films over artiesten is Jeroen niet vreemd: eerder regisseerde hij onder meer Let me have it all, A skin too few – The days of Nick Drake en Jimmy Rosenberg – The father, the son & the talent, stuk voor stuk documentaires waarin omgaan met artistiek talent een belangrijke rol speelt. In 'Paradiso' passeren allerlei artiesten, van Paul Weller tot Faithless, dan ook de revue.
Hoe vormen de ervaringen van allerlei verschillende artiesten in 'Paradiso' één geheel?
“De film is een reconstructie geworden van één dag, één dat uit het leven van 'Paradiso' gezien door de ogen van meerdere artiesten. 'Paradiso' is door de jaren heen veranderd en de film reflecteert al die verschillende tijdsbeelden, hippie, punk, dance… Ik wilde de ook de veelkleurigheid van Paradiso laten zien, momenten van gêne, verveling, ontroering en ultiem geluk.”
'Paradiso' is gevormd in multi screen. Wat heeft dat voor effect?
“Je ziet soms vier, vijf of zelfs zes beelden door elkaar heen. Daarmee is de film behalve een tribute aan 'Paradiso' ook een knipoog geworden naar de oude film Woodstock, die het Woodstock festival in split screen weergaf.”
Je noemt 'Paradiso' met nadruk een film en geen documentaire. Waarom is dat?
“Ik ben eerder op zoek naar de beleving van een film en naar manieren om de beleving van de kijker te vergroten, dan naar inhoud. Tachtig tot negentig procent van de documentairemakers focust op inhoud en niet op hoe keuzes in beeld en geluid voelen. Ik hoop dat dit in 'Paradiso' andersom is en noem het daarom een film.”
Maak je dan niet liever fictie?
“Bij een documentaire denken veel mensen aan een stoffig ‘boekenkastachtig’ interview. Of aan makers die een achter iemand aanhobbelen. Ik streef naar een filmische vorm, die je meemaakt op het niveau waarop je een goede speelfilm ervaart, maar ik ben niet geïnteresseerd in het maken van fictie. Ik ben geïnteresseerd in manieren om een film te maken die ervoor zorgen dat je aan het einde wat hebt meegemaakt, en niet alleen wat hebt geleerd.”
Regisseren is niet het enige dat Jeroen doet: hij combineert het met lesgeven. Eerst aan
de Kunstacademie in Breda, waar hij zelf ook studeerde, en sinds vorig jaar aan de Filmacademie. Hij is docent
regie docu en geeft les aan derde en laatstejaars studenten.
Regisseren en doceren… gaat dat goed samen?
“Ja, juist! Studenten houden me scherp, ik moet me de hele tijd verantwoorden over uitspraken en soms zelfs over m’n eigen werk. Ik ben dus niet de hele tijd aan het woord, studenten geven zelf ook hun mening en die dynamiek tussen docent en student vind ik prettig. Ik ontgroei bepaalde situaties, maar blijf door les te geven op de hoogte van dingen die nu spelen, zoals nieuwe ideeën over vorm.”
En wat wil je op jouw beurt meegeven aan studenten?
“Film maken en doceren hinkt op twee benen: ik wil dat studenten controle krijgen over wat ze aan het doen zijn, maar ook dat ze eigenwijs zijn. Dat ze een soort dwarsheid over zich hebben door iets te maken dat nog nooit iemand heeft gemaakt of een idee te hebben waar iedereen benieuwd naar wordt, omdat het uniek is of iets van een heel andere kant laat zien. Eigenlijk is doceren hoe je regisseur wordt best een schizofreen proces.”
Hoe bepaal je of een student die ‘schizofrene’ mix van controle en eigenwijsheid heeft?
“Daarbij kan ik alleen mezelf als ontvanger beschouwen. Val ik in slaap als een student iets vertelt of word ik geprikkeld? Heeft een student de juiste kennis, spreekt hij de taal? Ik wil dat studenten weten dat er bepaalde regels zijn en ze leren hoe ze die regels kunnen gebruiken. Studenten moeten zich ervan bewust worden dat film een taal is.”
Als studenten dat eenmaal snappen, mogen ze dan meewerken aan één van jouw films?
“Ik betrek geen studenten in projecten. Ik vind de afstand tussen het makerschap en het doceren eigenlijk wel prettig. Na het afstuderen doe ik dat wel, bij het maken van 'Paradiso' heb ik bijvoorbeeld met twee oud-studenten gewerkt. Verder hou ik graag zoveel mogelijk zelf in hand en werk ik het liefst met een zo kleine mogelijke crew.”
'Paradiso' is inmiddels in première gegaan. Werk je al aan een volgende film?
“Nee, ik heb de afgelopen twee jaar zoveel gewerkt, de accu is leeg. Het hoofd niet, want ik heb wel alweer twee nieuwe plannen…”
Tekst: Marie-Paule Fritschy,
www.sterschrift.nl
Beeld Jeroen Berkvens: Keke Keukelaar,
www.3hoog-achter.nl
in dit artikel:
Meer over Paradiso en Jeroen Berkvens:
www.zeppers.nl/nl/filmnl/paradiso
'Paradiso' draait vanaf begin 2012
in de bioscoop.















