Projecten

IDFAcademy 2012

undefinedNatascha van Weezel (1986) studeerde in 2012 af aan de Nederlandse Film en Televisie Academie met de eindexamenfilm undefined'Lost and Found'.

Momenteel werkt ze aan de documentaire 'Elke dag vier mei'. Deze film gaat over de derde generatie, kleinkinderen van Holocaust overlevenden. Daarnaast werkt ze aan een boek over hetzelfde onderwerp. Hiervoor doet ze o.a. onderzoek in Nederland, Amerika en Israel.

Tijdens IDFA 2012 schrijft zij over undefinedIDFAcademy.

IDFAcademy dag 4: Distributie, plannen bespreken en afscheid nemen

Zondag 18 november 2012

Vandaag was alweer de laatste dag van de Academy. Hoe snel is dat gegaan! We leerden over storytelling, crowdfunding, marketing en distributie en pitchen, trailers, we ontmoetten filmmakers, we deden aan netwerken tijdens de guest-meets-guest drinks en we wonnen informatie in over een plan van aanpak voor filmfestivals.

De vierde dag stond in het teken van het laatste deel van het filmmaakproces: het verspreiden en tonen van de documentaire. Een onderschat ding. Het is logisch om te denken dat je werk erop zit zodra de film helemaal klaar is, maar niets is minder waar.  Je wilt immers ook dat de wereld je werk te zien krijgt. undefinedSean Farnel (lang gewerkt bij undefinedHotdocs, een gerenommeerd documentaire festival in Canada) en Peter Jäger (undefinedAutlook Filmsales) legden uit dat je eigenlijk al met een distributieplan moet beginnen op het moment dat het beeld van je film op slot zit. Op welke filmfestivals wil je het liefste draaien? Wanneer zijn die precies? Is je film meer geschikt voor de “groten” als Cannes, Berlijn en Venetië of voel je meer voor de wat kleinere festivals? Waar moet je over onderhandelen? Welke filmfestivals willen een première of exclusiviteit? En ook belangrijk: op welk moment moet je je erbij neerleggen dat je film gewoon niet geschikt is voor festivals?

Ik ben pas in de researchfase van mijn eigen documentaireproject, maar deze workshop was toch heel relevant. Niet omdat ik nu al aan het plannen ben op welke festivals ik het liefste zou willen zijn, dat lijkt me een beetje te vroeg, maar vooral omdat ik graag nog iets wil doen op dit gebied met onze eindexamenfilm undefined'Lost and Found'. Dat is dan wel een korte fictie, maar het principe is hetzelfde. Vanaf het moment van release, de eerste keer dat je film op een festival draait, heb je ongeveer nog een jaar om het circuit te bewandelen. Bij mij was de releasedatum tijdens het Nederlands Film Festival, op 1 oktober 2012. Eigenlijk zou ik dus al een plan moeten hebben, maar nadat onze film uitkwam hebben we er even afstand van genomen. Niet handig, maar ik ga er nu absoluut zo snel mogelijk werk van maken. Na deze paar dagen ben ik er van overtuigd hoe leuk en belangrijk het is om op festivals te draaien.

Toen het officiële gedeelte van het IDFAcademy programma afgelopen was, werd er vooral veel gedronken (tja filmmakers en drank hè ;)) en gepraat. Ik heb zo ontzettend veel leuke mensen leren kennen tijdens het IDFA. Mensen die gepassioneerd zijn over hun werk, geëngageerd als het gaat om de wereld om zich heen en allemaal een eigen unieke visie en verhalen hebben. Zoals ik al eerder zei: het is absoluut heel bijzonder om grote filmmakers als Alan Berliner te kunnen ontmoeten, maar ik ben van mening dat ik het meeste heb geleerd van de andere deelnemers. Beginnende filmmakers die weten waar je bij dit werk tegenaan loopt, die tips hebben over hoe ze het zelf aanpakken en die luisteren naar je verhalen en vanuit hun perspectief feedback geven. Ik heb ook letterlijk wat aan sommigen gehad: tijdens het praten over mijn project ontmoette ik filmmakers uit Frankrijk, Polen en Hongarije die vertelden dat ze mensen van de derde generatie in hun eigen land kennen. Dit heeft ervoor gezorgd dat ik mijn research ga uitdiepen en kijken of ze daar een hele andere beleving van mijn onderwerp hebben dan de mensen die ik tot nu toe hier heb geïnterviewd. Er zijn zeker een aantal deelnemers die ik wil blijven zien, gelukkig bestaat Facebook!

Ondanks dat ik nogal moe ben (je hebt echt geen idee hoe intensief de dagen waren), voel ik me helemaal opgeladen om verder te gaan met mijn film. Ja het zal moeilijk worden, het zal lang gaan duren, ik zal momenten hebben dat ik het niet meer zie zitten, ik zal afwijzingen krijgen van fondsen, ik zal twijfelen over of ik wel de goede insteek heb en ik zal moeten pitchen, iets dat ik doodeng vind. Maar ik geloof in mijn verhaal, ben van mening dat het gemaakt moet worden, dus ik zal niet opgeven totdat ik mijn doel bereikt heb. Op een dag draait mijn film op het IDFA, daar ga ik voor zorgen!!

IDFAcademy dag 3: ondernemer worden

Zaterdag 17 november 2012

Gisteren ging het over het ontwikkelen van verhalen, vandaag leerden we hoe we zakenmensen moeten worden. Op het eerste gezicht is filmmaken misschien alleen een creatief ontwikkelingsproces, maar de kant van het ondernemerschap is minstens even groot: fondsen werven, omroepen benaderen, pitchen, marketing, distributie….
Dit zijn dingen waar ik me liever niet mee bemoei (je hebt toch een producent?!) maar in deze tijden waar internet  en social media een steeds belangrijker rol gaan spelen en de economische crisis hard inslaat in de kunst- en mediawereld, kan je niet langer lui achterover zitten en wachten totdat iemand het werk voor je doet. Anno 2012 is het niet genoeg om “alleen maar” regisseur te zijn, je bent “maker”.

Met deze gedachte in ons hoofd begonnen we de dag met een panel over crowdfunding. Nu partners als het Mediafonds en de publieke omroep onzeker worden hebben we andere manieren nodig om aan geld te komen. Gewone mensen (ik bedoel dus geen hoge filmbazen) geïnteresseerd krijgen in je film heeft drie voordelen: je krijgt geld in projecten waar “het publiek” in gelooft, je creëert een fanbasis van donateurs die ook handig van pas komen als het tijd is voor de marketing en je hebt veel meer controle over je eigen werk dan wanneer je totaal afhankelijk bent van producenten, commissioning editors en fondsen met de voorwaarden van dien.

Elisabeth Homes van undefinedKickstarter, een online crowdfunding platform, legde uit hoe het werkt om je project daar een succes te laten worden. Een mooie pakkende trailer met een persoonlijke boodschap van de regisseur plaatsen, een doel dat niet al te hoog ligt maar wel belangrijke kosten kan coveren, 10.000 dollar bijvoorbeeld, een periode om het doel te behalen die niet langer duurt dan 60 dagen en het constant plaatsen van updates, mailings, foto’s en dergelijke om de mogelijke bieder geïnteresseerd te houden.

Regisseur undefinedSteve James, die ook aanwezig was om over zijn ervaring met crowdfunding te praten, huurt zelfs mensen in om dit werk voor hem te doen, want tja het klinkt wel als een dagtaak. Vroeger zou ik hier dus nooit aan zijn begonnen, maar nu begin ik het steeds meer te overwegen. Het voelt een beetje als bedelen en ook zelfs als een soort Idols-achtige constructie waarbij de “kijker” op het leukste project stemt. Dat is allebei eng en niet zo netjes, maar ja bedelen om geld moet je toch (of het nou bij het publiek is, bij televisiekanalen of bij het Filmfonds) en je project naar buiten gooien om te kijken wat de “volksjury” ervan vindt zit nu zo erg in onze cultuur dat je daar beter niet bang voor kunt zijn.

Jammer was dat de moderator, een hip New Yorks meisje, pas aan het einde van de bijeenkomst meldde dat Kickstarter alleen voor mensen met een Amerikaans of Engels rekeningnummer is. Onmiddellijk klonk er ontevreden gemompel uit het publiek. Er zijn natuurlijk altijd wel manieren om toch op die website te kunnen posten, maar de drempel zal hoger liggen. Als je iets echt wil lukt het je. Bovendien werd er ook heel kort gesproken over undefinedIndiegogo, een ander crowdfunding platform en stond Roel van de Weijer, CEO van undefinedCineCrowd opeens uit het publiek op. In vergelijking met grote Amerikaanse platforms is het natuurlijk nog heel klein en “Nederlands”, maar het is wel volledig volgens hetzelfde model ingericht.

Het belangrijkste dat ik vandaag geleerd heb?
Ik kan er ten eerste niet meer onderuit dat je als filmmaker ook meer over de zakelijke kanten van het proces moet weten en zelf meer initiatief moet tonen door geld in te zamelen en een fanbasis te creëren en ten tweede dat je best verder kunt kijken dan je neus lang is. In Nederland hebben we bepaalde fondsen die iedereen aanschrijft en zelfs op iets als undefinedCineCrowd ken je de meeste andere makers. Maar als de mogelijkheid er is, waarom zou je dan niet proberen geld uit het buitenland te krijgen? Het is natuurlijk onbekend terrein en daardoor misschien eng, maar mijn project speelt zich bijvoorbeeld gedeeltelijk in Amerika en gedeeltelijk in Israel af. Misschien zijn daar ook wat potjes of mensen die me willen steunen. De hele wereld is immers slechts een muisklik van ons verwijderd.

IDFAcademy dag 2: Praten, leren en laten inspireren

Vrijdag 16 november 2012

Vandaag stond in het teken van storytelling, het construeren van het verhaal binnen de documentaire dus. Voor mij heel interessant, aangezien ik officieel opgeleid ben tot scenarioschrijver. Ergens halverwege de academie begon ik me ineens af te vragen of ik wel op mijn plek zat binnen die studierichting. Ik vond al dat schrijven wel leuk en aardig, maar wilde ik toch niet liever documentaires maken? Gelukkig gaf mijn docent toen het advies door te zetten, ook omdat hij van mening was dat elke vorm van film vooral bestaat uit het vertellen van een verhaal en als je goed verhalen kunt bedenken en verwoorden, kun je dus ook elke vorm van films maken.

Op dat moment stond ik er nog wat sceptisch tegenover, maar inmiddels weet ik dat hij absoluut gelijk had. Natuurlijk moet ik nog heel wat leren over decoupage, licht etc., maar ik kan heel goed verwoorden waar ik denk dat een verhaal over moet gaan, kan over het algemeen vrij snel bedenken wat voor karakters daarbij passen en vooral weet ik bijna altijd wat ik zelf wil vertellen.

Uit de masterclasses die we vandaag kregen bleken dit tot mijn grote vreugde nuttige dingen te zijn. We begonnen met een workshop van Sean McAllister, wiens film over Jemen, undefined'The Reluctant Revolutionary', we donderdagavond zagen. Een vrij aparte man. Tijdens de Q&A direct na afloop van zijn film was hij zo stoned als een garnaal, dus ik vroeg me af of hij überhaupt wel zou komen opdagen. Hij hanteert een bepaalde stijl, die soms lijkt op oorlogscorrespondentie. Hij legde uit dat  zijn werk daar toch veel van verschilt, omdat hij altijd een doodnormaal karakter met doodnormale problemen (het liefste uit de arbeidersklasse) kiest door wiens ogen hij de grotere problemen van een land schetst. Het grotere via het kleinere drama dus.

De volgende lecture werd gegeven door de Deense filmconsultant Ove Rishöj Jensen. Aan de hand van filmfragmenten legde hij ons helder uit op welke vier punten absoluut gelet moet worden tijdens het schrijfproces van een documentaire:
- Welke structuur gebruik je?
- Welke karakters kies je en waarom?
- Hoe passen de scènes binnen het grotere geheel?
- Hoe zet je de visuele expressie in als dramatisch middel?

Ik vond het wel fijn om me figuurlijk gezien weer even op school te wanen. Aantekeningen maken en nadenken over wat wel en niet van toepassing is op je eigen project. Vooral de vergelijking tussen klassieke en circulaire vertelmodellen was nuttig.

Maar wat ik eigenlijk het meest inspirerende van de dag vond waren de pauzes. Dat klinkt misschien een beetje stom, maar tijdens de lunch en de drankjes achteraf raak je pas echt met je academy-genoten in gesprek. Van praten met professionals kan je natuurlijk heel veel leren, maar volgens mij leer je nog veel meer van mensen die net als jij pas met een voet in die wereld staan, net zijn afgestudeerd en niet precies weten waar ze moeten beginnen, dezelfde onzekerheden kennen over of ze het allemaal wel goed doen etc.

Zo raakte ik in gesprek met een meisje dat een film heeft gemaakt over haar depressieve moeder. Een mooi en delicaat onderwerp. Ze vertelde me over het maakproces en ook hoe ze op het idee was gekomen om er een film over te maken.

Praten over iemand anders' ideeën geeft altijd nieuwe inzichten, want toen we weer met het officiële programma begonnen wist ik opeens weer waarom ik zo graag documentairemaker wil worden: ik wil verhalen vertellen die ergens wezenlijk over gaan en aandacht genereren voor onderwerpen die volgens mij niet onopgemerkt voorbij mogen gaan.

IDFAcademy dag 1: ‘First Cousin Once Removed’ van Alan Berliner

Donderdag 15 november 2012

Na weken wachten begon vanmiddag eindelijk de IDFAcademy, een intensieve workshop van vier dagen met masterclasses, workshops, gastsprekers en filmvertoningen voor zo’n 170 beginnende documentaire makers.
Nadat ik mijn toegangspas en goodybag bij de gastenbalie afhaalde (jaaa, het is er dan toch van gekomen, eindelijk een “genodigde”)  begaf ik me naar voor mij bekend terrein: de Filmacademie. Het was grappig om na maanden weer in de PZ (projectiezaal) te zitten. Langzaam druppelde de voor mij zo bekende bios vol met mensen die ik niet kende. De sfeer voelde wat verlegen en onzeker aan.

We werden welkom geheten door Ally Derks, de directrice van het IDFA en Bart Römer, directeur van de Filmacademie, voordat de eerste screening, undefined‘First Cousin Once Removed’ van Alan Berliner, begon. Dit portret gaat over zijn neef, Edwin Honig, ooit een groot poëet en vertaler, nu een door alzheimer verteerde man. Wat dit portret zo ontroerend maakt is de combinatie van kwetsbaarheid en subtiele grappen, die een luchtige noot toevoegen. Ondanks zijn geheugenverlies beweegt en spreekt Honig nog steeds als een poëet.

Tijdens een Q&A vertelde Berliner over zijn visie als filmmaker. Ik heb gedurende mijn tijd op de academie redelijk wat van zijn films gezien en altijd zijn lef, stijl en onderwerpkeuze bewonderd, dus vond het spannend hem in levenden lijve te ontmoeten. Berliner komt over als een grappige, sympathieke en ietwat neurotische New Yorker.

Het was de bedoeling dat de deelnemers elkaar beter zouden leren kennen door in begeleide sessies verder te praten over de film,  maar we vonden het veel interessanter om het over onze eigen en elkaars projecten te hebben. Hier bleek pas echt het internationale aspect van het programma: ik sprak met mensen uit Italië, Polen, Frankrijk, Zuid-Afrika, Duitsland, Indonesië, India, Estland, Amerika, Rusland, Ierland en zelfs uit Nieuw-Zeeland. Allemaal speciaal gekomen om deel uit te maken van het festival. Het was geweldig om zoveel verschillende mensen over hun cultuur, filmprojecten en dromen te horen praten.

De wat afstandelijke sfeer was in één keer weg toen we ons bij de Do-Mi-Bo voegden, voordat we naar de undefined‘The Reluctant Revolutionairy’ van Sean McAllister gingen. Een totaal ander soort film over de revolutie van Jemen in 2011. Hierover morgen meer.
Tot nu toe vind ik het echt geweldig en kan nu al niet wachten op de rest van het programma, maar vooral om nog veel meer over en van de andere deelnemers te leren!


Elsewhere

Where are you going and when —

way around and coming out

who knows where?



Are you still turning

for going away

just not to be way out

and around here no more?

-Edwin Honig

IDFA

Dag 4: Distributie, plannen bespreken en afscheid nemen
undefinedLees verder

Dag 3: Ondernemer worden
undefinedLees verder

Dag 2: Praten, leren en laten inspireren
undefinedLees verder

Dag 1: 'First Cousin Once Removed' van Alan Berliner
undefinedLees verder

IDFA 2011: Blog

Blog Vera Frohn (productie, lichting 2013) over IDFAcademy 2011
undefinedlees meer

IDFA 2011: interviews

“Ik vind film een supermooi vak”
Anne-Marieke Graafmans (documentaire, lichting 2011), genomineerd voor Student Award IDFA undefinedlees verder

“Denken dat oorlogen alleen ver weg voorkomen, is naïef”
Bogomir Doringer (master film, lichting 2011) over zijn afstudeerproject undefinedlees verder

“Doceren hoe je regisseur wordt, is best een schizofreen proces”
'Paradiso' van regisseur en docent Jeroen Berkvens in première tijdens IDFA undefinedlees verder

emailFacebookTwitterLinkedinGoogle+