Beleid

De Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten onderscheidt zich van andere instellingen voor kunstonderwijs door het uitgebreide aanbod van gespecialiseerde vakopleidingen in alle kunstdisciplines, zowel op bachelor- als op masterniveau. De opleidingen zijn gericht op de uitvoerende en scheppende kunstbeoefening, op ontwerp en vormgeving, op kunst- en cultuureducatie en op het gebied van het (cultureel) erfgoed. De studieprogramma's zijn ondergebracht in faculteiten die ieder voor zich een vooraanstaande positie in het (inter)nationale hoger onderwijs innemen. De identiteit en kracht van de hogeschool is die van haar onderdelen: het Conservatorium van Amsterdam, de Theaterschool, de Nederlandse Film en Televisie Academie, de Academie van Bouwkunst, de Academie voor Beeldende Vorming en de Reinwardt Academie.

De Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten biedt het onderwijs aan in specialistische vakken, in de overtuiging dat afgestudeerden vanuit hun specialisme de beste bijdrage kunnen leveren aan de beroepspraktijk met inbegrip van de interdisciplinaire ontwikkelingen op topniveau.

Het ontwikkelingsbeleid van de hogeschool is er op gericht de artistieke, ambachtelijke en onderwijskundige kwaliteit van de afzonderlijke faculteiten en opleidingen te vergroten en tevens te zoeken naar productieve vormen van samenwerking, waarin het geheel meer is dan de som van de delen en waarmee de basis wordt gelegd voor nieuw onderwijs en voor nog ongekende kunstvormen, kunstproducten en culturele praktijken.

De hogeschool heeft een organisatiestructuur die recht doet aan de eigenheid en uniciteit van de verschillende faculteiten en opleidingen; deels voortkomend uit de verschillende aard van de kunst- en cultuurdisciplines waarvoor zij opleiden en de consequenties daarvan voor de inrichting van het onderwijs en deels voortkomend uit de zeer van elkaar verschillende ontstaansgeschiedenissen. Doordat de faculteiten zich in eerste instantie zelf verhouden tot de huidige en toekomstige studenten, tot de afgestudeerden, tot de (gast-)docenten en tot de beroepspraktijk is er een sterke binding tussen deze groepen en de onderwijsorganisatie en kan deze alert reageren op nieuwe ontwikkelingen.

De faculteitsdirecties dragen integrale managementverantwoordelijkheid voor hun eigen faculteit maar zijn ook verantwoordelijk voor de gezamenlijkheid in de hogeschool. Dit maakt dat het streven naar een zo groot mogelijke bedrijfsmatige en onderwijsinhoudelijke synergie ook daadwerkelijk gestalte kan krijgen. Bedrijfsmatig in de zin van het gezamenlijk inrichten van een efficiënte organisatie van specialistische ondersteunende functies en door het vergroten van de eigen effectiviteit en kwaliteit door van elkaar te leren. Onderwijsinhoudelijk vanwege de aanwezigheid van alle verschillende kunstvormen inéén organisatorisch verband. De hogeschool vormt de onderwijsruimte, waarin studenten hun specialistische opleiding kunnen verrijken met elementen uit andere disciplines, waarin studenten en docenten kunnen samenwerken in interdisciplinair verband en waarin zij onderzoek kunnen doen op het gebied van theorie, praktijk en educatie in de kunsten.