Ideas First

Periode

Periode
7 september 2009 - 7 december 2009 (vakantie: 19 en 26 oktober 2009)
Wekelijks op maandag van 18.45 tot 21.15 uur

Docent
Harma Staal

Locatie
Opens internal link in current windowde Theaterschool, lokaal 7.01

Groep
Minimaal 10, maximaal 15 studenten. Open voor alle disciplines.

Werkvorm
13 lessen, Nederlandstalig

Van een eerste fascinatie naar een goed idee, een stevig concept en uiteindelijk een mogelijk product. De lessenserie geeft je een instrument om zicht te krijgen op de potentie van je idee en biedt een stappenplan aan om het om te vormen tot een waardig concept. Je doet onderzoek naar eigen fascinaties en motieven, maar je kijkt ook naar de concepten van je helden.

Je bent steeds bezig met researchen en maken en je werkt met de
middelen uit je eigen maar ook uit andere vakgebieden. Het uiteindelijke doel is om te herkennen wat een concept sterk maakt, en wat de visuele en inhoudelijke potentie van jòuw idee en concept is. De serie sluit je af met een product (boekje, website, tekst, beeld, foto(serie), affiche, film, geluid, muziek, performance, lesplan) of biedt de aanzet tot een toekomstig product. In dat geval sluit je af met een audiovisuele presentatie waarin je gedroomde plan goed tot uiting komt en waarmee je binnen je eigen opleiding of in je (toekomstige) beroepspraktijk verder kunt.

Over de docent
Harma Staal is decaan en onderwijsontwikkelaar bij de Opens external link in new windowNederlandse Film en Televisie Academie, Amsterdam. Ze is free lance Grafisch ontwerper. Ze heeft gewerkt bij het Grand Theatre (Groningen) en vervulde een docentschap bij de Willem de Kooning Academie te Rotterdam.

Toetsing
Product naar keuze of audiovisuele presentatie.

Studielast
84 uur (3 EC)
80% aanwezigheidsplicht.
Raadpleeg voor verzilvering studiepunten je studiegids.

Instapvoorwaarden
Propedeusediploma

Leerdoelen
De leerdoelen van deze keuzemodule zijn divers. Je zult onderstaande
allemaal doorlopen en afhankelijk van je 'vraag' zul je op alle niveaus stappen gaan zetten.

Algemeen
Je bent in staat je fascinatie, idee en concept te benoemen. Je kunt keuzes maken (maken = kiezen), een concept en een doel formuleren en dat in verschillende stadia te presenteren.

Inhoudelijk
Inzoomen: wat is je fascinatie, wat betekent de mogelijke richting,  
welk gebied bestrijkt het, welk concept kan het worden, welk statement  
maak je.

Uitzoomen: je leert de context van je idee/concept te overzien en te  
begrijpen zodat je die context (maatschappelijk, sociaal, binnen  
vakgebied, binnen het culturele klimaat) mogelijkerwijs 'mee' kunt  
laten werken.
Je bent in staat je concept in het kort te beschrijven, en  
presentaties samen te stellen die zowel beeldend als tekstueel zijn.

Formeel
Je leert dat je concept een bepaalde (audio)visuele taal tot gevolg  
heeft. De consequenties van je concept hebben soms de pijnlijke 'kill  
your darlings' tot gevolg. Je overziet wat wèl en wat niet binnen het  
domein van je concept valt.

Praktisch
Je leert plannen en faseren. Hoeveel tijd besteed je je aan diverse  
fases in het maakproces.

Eindfase
Je benoemt je eindproduct en levert dat uiteindelijk ook aan. Je geeft  
een levendige presentatie waarbij je je publiek inzet al naar gelang  
het doel dat je jezelf gesteld hebt.