Lectoraat

Erfgoedpraktijk op de snijtafel

Hester Dibbits en Riemer Knoop zijn sinds augustus 2011 lector Cultureel erfgoed aan de Reinwardt Academie. In 'Erfgoedpraktijk op de snijtafel’ presenteren Dibbits en Knoop het lectoraatsprogramma voor de komende vier jaar. Aanleiding voor een gesprek over hun plannen en kijk op erfgoed.

Onderzoek

‘De afgelopen maanden hebben we nagedacht over onze plannen voor het lectoraat: Waar staan we en waar gaan we naar toe? Er was geen kant-en-klare opdracht. We begonnen met factfinding in de academie: alle docenten zijn in kleine groepen uitgenodigd om te vertellen over hun dagelijkse werk, de dingen waar ze tegen aanlopen, en waar ze van dromen. Vanaf het eerste gesprek was het evident dat men zich als in een wervelwind voelt. De recente ontwikkelingen in het curriculum zijn snel gegaan en het stof is nog niet neergedaald. We zijn er dan ook vooral voor de docenten: om dwarsverbanden te zoeken tussen de verschillende leerlijnen en om het onderzoek binnen de academie naar een hoger plan te tillen. We hopen dat er zo meer focus komt. We vinden het daarbij belangrijk om voeling met de studenten te houden, in de bachelorcolleges, met clinics voor masterstudenten en scriptiebegeleiding.

Hester Dibbits en Riemer Knoop

Immaterieel erfgoed

Een eerste vraagstelling is hoe erfgoedinstellingen omgaan met identiteitsvraagstukken en maatschappelijke veranderingsprocessen. Erfgoedinstellingen zijn op zoek naar nieuwe antwoorden om zich tot de veranderde samenleving te verhouden. Hoe gaan erfgoedinstellingen om met traditionele tegenstellingen als volk/elite, hoge/lage cultuur, westers/niet westers, eigen en vreemd, lokaal/globaal? Een trend die bij vrijwel alle erfgoedinstellingen waar te nemen valt, is het streven om van de bezoekers alle zintuigen en emoties te prikkelen. Deze trend, die zich vertaalt in een verschuiving van objectgerichte presentaties naar beleving, gaat gepaard met een nieuwe belangstelling voor immaterieel erfgoed. Ook feesten, religieuze rituelen, ambachtelijke praktijken, verhalen en liederen doen er toe. Maar wat is het verhaal dat instellingen vertellen? Besteden ze aandacht aan de dynamiek, aan de hedendaagse varianten, of spelen ze juist in op nostalgische gevoelens?

Neem het voorbeeld van Sinterklaas. Het blijft een interessante casus, omdat aan dit voorbeeld van immaterieel erfgoed een publieke én een private kant zit, en het veel discussies over racisme, kolonialisme, diversiteit, slavernij, multiculturele samenleving en commercie omvat.

Nu ook Nederland de internationale verdragen over immaterieel erfgoed gaat volgen en op dat gebied moet gaan waarderen, selecteren en komen tot safeguarding, dringen zich nieuwe vragen op. Hoe musealiseer je levende gebruiken? Hoe ga je om met nostalgisch heimwee naar een bedacht verleden ('the invention of tradition')? Waar plaats je ongecompliceerde wereldbeelden met herkenbare, vastomlijnde groepsculturen? Moeten musea en Reinwardters deze verlangens ter discussie stellen of ze juist proberen in te willigen met een alle zintuigen prikklende experience?

Verzamelen

Een ander onderzoeksthema richt zich specifiek op het verzamelen, het proces van selecteren. Vaak is vanuit het huidige gezichtspunt niet meer te begrijpen waarom iets bewaard wordt. Er schuilt een zekere dreiging onder de opgave dat we voor eeuwig moeten bewaren wat we van onze erflaters hebben gekregen. Die niet zien is een grote valkuil. Het kan daarbij heel verhelderend werken om op zoek te gaan naar het waarom van keuzes in het verleden. Hoe is er vroeger geselecteerd? Wat was de invloed van medewerkers bij erfgoedinstellingen?

In de Academie willen wij oog hebben voor het proces: hoe komt het dat bepaalde objecten, collecties of verschijnselen tot erfgoed werden en worden bestempeld? Overigens is het daarbij natuurlijk belangrijk om ook naar de verschijnselen en voorwerpen zelf te blijven kijken. De academie heeft er baat bij als beide kanten worden benaderd, als je niet alleen aandacht schenkt aan het abstracte, theoretische verhaal maar ook ruimte geeft aan kennisvakken als kunst- en cultuurgeschiedenis. Het is belangrijk dat studenten objecten, thema’s en verhalen kunnen plaatsen, ook al zijn ze later niet inhoudelijk met de collecties bezig. Dat geeft houvast en helpt ze een kritische attitude te ontwikkelen. Zij leren juist door dat meervoudige perspectief reflecteren en zich kritisch verhouden tot waar instellingen mee bezig zijn.
 
Erfgoedprofessionals zijn makelaar en makers tegelijk. Een museum is niet zomaar een verzameling voorwerpen, er heeft selectie plaatsgevonden, en zeker voor tentoonstellingen geldt dat er keuzes zijn gemaakt vanuit een bepaald verwachtingsmanagement. In het proces van selecteren en presenteren wordt cultuur gemaakt. Als erfgoedprofessional draag je zo bij aan het proces van ‘erfgoedisering’: je helpt selecteren, je poetst op en je verbijzondert. Je musealiseert en erfgoediseert.’

Sociale zaken

De vraag die zich dan opdringt is: ‘wie is de expert’, en wie zet de lijnen uit in een erfgoedinstelling, wat is de invloed van het publiek? Je ziet dat vooral musea en archieven steeds vaker proberen nieuwe groepen bij het werk te betrekken. Om in te schatten wat de collectie oproept bij het publiek kijkt de erfgoedprofessional tegenwoordig lang niet alleen meer naar de presentatiewaarde; de belevingswaarde is minstens zo belangrijk. Met name in de museumwereld zie je dat er geëxperimenteerd wordt met allerlei vormen van publieksparticipatie. Het is lang niet altijd zo dat het  de bezoekers daar ook op zitten te wachten. Wel is er onmiskenbaar een brede publieke belangstelling voor erfgoed. Wat dat betreft heeft de Reinwardt het tij mee! Maar de Reinwardt Academie was altijd al gefocust op maatschappelijke betrokkenheid: ethiek en zelfreflectie zijn belangrijke speerpunten. Wij willen ons verantwoorden tegenover degenen namens of voor wie je het doet.

Reality check

Uiteindelijk ligt er ook nog de vraag: doen erfgoedinstellingen het goed? Wij kunnen die vraag natuurlijk niet zomaar beantwoorden, maar wij willen er wel op een systematische manier over discussiëren. Daarbij zullen we vooral naar tentoonstellingen in musea gaan kijken. In musea over de hele wereld wordt veel aandacht besteed aan hoe je een tentoonstelling moet maken. Het is onze ambitie om te toetsen of de door de tentoonstellingsmakers gehanteerde veronderstellingen terug te vinden zijn in de tentoonstellingen. Onderzoeksvraag is: zijn die intenties nog aanwezig, wat is er onderweg gebeurd, hoe werkt het perceptieproces, is daar een systematiek in te herkennen? Een kritische reality check als het ware.

In recensies van tentoonstellingen krijg je veel achtergrondinformatie die niet uit de tentoonstelling zelf te halen is. Er is vaak een gat tussen wat makers beweren en wat bezoekers zien. Wij willen daar een aantal hypotheses over vormen. Het gaat om een soort metarecensie. Een nuttig effect kan zijn dat er door recensenten kritischer naar de vooronderstellingen van tentoonstellingsmakers wordt gekeken.

Nieuwe rol

Wij hopen met onze onderzoeksthema’s een schakel te vormen tussen het veld en de opleidingen. Een groot, nieuw vraagstuk dat zich daarbij gelijktijdig met ons aantreden aandiende, is hoe te reageren op de omvangrijke bezuinigingsmaatregelen van de overheid. We hebben te maken met een samenleving die afscheid lijkt te nemen van het verlichtingsideaal waarin kunst en cultuur eenduidig leiden tot voortreffelijkheid en wijsheid, en daarom door overheden ruimhartig worden onderhouden. Dat heeft voor ons werkveld grote implicaties. De gevolgen daarvan zijn nog niet goed te overzien. Wel is het eerder onrustbarend dan geruststellend dat een deel van de politiek voorlopig zegt onze sector te ontzien. Voor ons is erfgoed geen schild waarachter je je kunt verschuilen tegen de nationale verandering en de onzekerheid.'

 
Dr. Hester Dibbits was als senior onderzoeker verbonden aan de vakgroep Etnologie van het Meertens Instituut, en als hoofdconservator bij het Nederlands Openluchtmuseum. Zij is Programme Director van de Master of Museology aan de Reinwardt Academie en begeleidt regelmatig promovendi als co-promotor.

Dr. Riemer Knoop heeft een brede achtergrond op het gebied van archeologie, monumentenzorg, musea en erfgoed door verschillende functies in het erfgoedveld. Sinds 1998 adviseert hij culturele instellingen en overheden op het gebied van beleidsontwikkeling, communicatie en strategie.

emailFacebookTwitterLinkedinGoogle+