De Louteringsberg

Het idee voor de Louteringsberg werd geboren uit het verlangen van regisseur Marijn Graven om de Regie Opleiding aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten af te sluiten met een kado aan het publiek, gemaakt door een groep gelijkgestemde kunstenaars. Als een geleid collectief stapten we, met zo weinig mogelijk aannames en vaste kaders, samen in het ongewisse op de eerste repetitiedag, 15 mei 2017. Wel was er de anekdote over de merkwaardige dubbele zelfmoord van de Duitse toneelschrijver Heinrich von Kleist en Henriette Vogel in 1811 en het tweede deel uit Dante’s Goddelijke Komedie, de Louteringsberg uit 1315-1316, als artistiek fundament om vanuit te vertrekken.

Tot vlak voor de eerste speeldatum, op 16 juni 2017, wilde de groep open laten of de Louteringsberg een voorstelling, film, installatie, performance of locatievoorstelling zou worden. Om de meest passende vorm voor de uiteindelijke inhoud te vinden, om onszelf en elkaar te blijven verrassen en om niet te handelen vanuit door angst ingegeven controledrang. Deze open werkwijze vraagt binnen een groep om een groot onderling vertrouwen in elkaars capaciteiten op menselijk en creatief vlak. Naast geduld, incasseringsvermogen en een intensief engagement met het inhoudelijke materiaal: de (zelfgekozen) dood.

Wij hebben ondervonden dat deze manier van werken het beste in jezelf en de ander naar boven kan halen en daarvanuit een stevige, diepe binding met het publiek teweegbrengt. Wat onder meer is gebleken uit de vele geroerde reacties van ‘deelnemers’ aan de Louteringsberg. We gebruiken dit woord, deelnemer, omdat het werk meer vraagt om ‘deelname’ dan om ‘toeschouwen’. Niet in de vorm van participatie- of ervaringstheater in de meer traditionele zin, maar op een subtiele, genuanceerde manier waarbij de deelnemer niet gedwongen maar terloops meegenomen wordt. Het onderzoek naar een deelnemend publiek en het vinden van openingen tot collectieve verbinding zijn voor ons fundamenteel voor het theater in de huidige tijd, die veelal wordt beheerst door politieke verdeeldheid en angst voor de ander/het onbekende. Om deze kunstvorm nog meer bestaansrecht te geven, met publieksbinding vanuit de inhoud en niet vanuit marketing. Tegelijkertijd kan de verbinding van jezelf met de ander die in het theater ontstaat verankerd raken in de samenleving, hopen wij. Het Latijnse woord ‘religare’ is tijdens het maken van de Louteringsberg vaak ter tafel gekomen. Niet in de context van dogmatische, orthodoxe religies, maar in zijn puurste vorm: ‘goed binden’, of ‘opnieuw binden’.

Aanbevelingen

Steven van Watermeulen, artistiek leider van de regie: 'De louteringsberg heeft naast de ervaring van de toeschouwer ook gezocht naar een originele manier van theater maken: regisseur, vormgevers, productieleider en acteur dachten over alles mee en maakten ook aan alles mee. Inhoudelijk staat in de voorstelling alles op scherp, vorm en inhoud zijn in een ideaal huwelijk tot een bijzondere voorstelling gekomen waarbij de toeschouwer op een ongedwongen maar toch aangenaam geleide manier tot nadenken wordt gebracht over de meest ultieme vraag: 'Hoe ik om wil gaan met de dood?' Een vraag waar we dagelijks bewust of onbewust mee bezig zijn en die vaak tot ons komt via omwegen maar in deze louterende voorstelling op een heldere en frisse manier boven tafel komt.'

Leonie Clement, artistiek leider Festival Cement: 'Marijn Graven en haar team maakten voor mij met De Louteringsberg een werkelijk louterende ervaring. Individueel leg je als toeschouwer een weg af die je zijdelings via het verhaal van  Henriette Vogel en Heinrich von Kleist voert naar een diep denken over je eigen leven en je eigen  dood. De weg leidt uiteindelijk naar een situatie waarin iedere toeschouwer een zeer persoonlijke,  “niet fictieve”, keuze maakt en dat is slim en ijzersterk. De weg leg je letterlijk af: door het gebouw via een tekst op de vloer naar een prachtige vormgegeven serene ruimte. Iedereen krijgt eenzelfde hemd / jasje aan als de acteur en de muzikant dragen en neemt plaats op de grond aan een lage blankhouten tafel met daarin een gleuf waarin water staat en een bootje drijft.Doordat we allemaal onderdeel zijn van het toneelbeeld, keek ik ook naar de andere toeschouwers en werden zij zowel spelers in dit spel als medereizigers . Hoewel een zeer individuele ervaring door de vragen die zeer persoonlijk zijn en die je beantwoord op je eigen tempo in een ook weer wonderschoon vormgegeven formulier / boekje, voelde ik me verbonden met de anderen en was ik geroerd om ze te zien denken, twijfelen en worstelen. Troostrijk.

Delen