Humans of the Arts

Wie studeren en werken er op de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten? Wij verzamelden de bijzondere verhalen van onze studenten en medewerkers in de social media campagne Humans of the Arts. De interviews zijn afgenomen door theaterschrijver Koen Caris, de foto's zijn gemaakt door Tessa Posthuma de Boer

Dinah Timmer, Beleidsmedewerker Kwaliteitszorg Onderwijs

Dinah: "Ik bewonder het talent van onze studenten. Graag bezoek ik het Keep an Eye Filmacademie Festival, muziekoptredens, verschillende exposities en dans- & theatervoorstellingen. Dan zie ik waar ik me dagelijks voor inzet. Ik werk nu twee jaar bij de afdeling Onderwijs op de AHK en hou me vooral bezig met het ondersteunen van de academies bij onderwijsevaluaties en het verzamelen van studentenfeedback. Een voorbeeld hiervan is de Nationale Studenten Enquête (NSE), een groot studententevredenheidsonderzoek. Dit is hét moment waarop studenten hun mening kunnen geven, onder andere over het onderwijs. Ik zie de NSE echt als een feestje waar alles en iedereen samenkomt. Er zijn veel collega's betrokken bij het enthousiasmeren van studenten; er is reuring op de academies, er worden gezamenlijke invulmomenten ingepland, er zijn winacties, noem maar op.

Studenten die de tijd nemen om hun mening te laten horen zijn de allerbelangrijkste schakel. Ik word zo blij als een kind zodra de bak met data vervolgens bij mij binnenkomt. Voor de academies maak ik de resultaten inzichtelijk, zo kunnen zij zien of de tevredenheid van hun studenten is gestegen of gedaald. Ik zie dat ze hier echt induiken en álle open antwoorden lezen om vervolgens verbeteracties te bedenken. In de terugkoppeling richting studenten kan eerlijk gezegd een verbeterslag worden gemaakt; voor mij is het belangrijk dat studenten zien dat er echt wat met hun input wordt gedaan. ’s Avonds kom ik tevreden thuis als ik iemand bruikbare inzichten heb gegeven. Als ik dan ook nog een rondje door de Hortus heb gelopen, ben ik helemaal gelukkig."

Cornelieke van Voskuijlen, Projectmedewerker Onderzoek bij AHK Research Centre en Lectoraat Muziek

Cornelieke: "Ik vind het vooral heel belangrijk dat we niet in hokjes denken. Ook al kom je dan de AHK binnen via de Participatiewet, je bent niet per se een werknemer met een afstand tot de arbeidsmarkt. De manier waarop je binnenkomt is even anders, maar dat gaat over het systeem. Als we naar de individuen zelf kijken, dan hebben we het over mensen die gewoon goed kunnen werken, alleen die vragen: ‘Hee, kun je met een paar dingen rekening houden?’ Dat is het. Ik heb me nooit anders gevoeld dan mijn collega’s. Ik ben alleen anders wat een cijfer betreft, namelijk dat ik een paar uur minder werk op een dag. Dat vind ik het belangrijkste om over te brengen: iedereen kan gewoon meedoen, we dienen enkel een beetje rekening met elkaar te houden. En daar open over te communiceren. Als we er allemaal op die manier in zouden staan, en gewoon als mensen naar elkaar kijken, is de participatiewet hopelijk op den duur niet meer nodig. ‘Goed dat je het aangeeft, houden we daar rekening mee, welkom bij het team."

Hannah Liem, masterstudent Stedenbouw aan de Academie van Bouwkunst

“Polarisatie en kansenongelijkheid zijn op dit moment twee heel schrijnende problemen met een ruimtelijke component. Deze probeer ik in al mijn stedenbouwkundige projecten op een of andere manier aan te vliegen; hoe zorg je er nou voor dat je ruimte kunt creëren om elkaar te begrijpen? Om van elkaar te leren? Van alleen gesprekken met like-minded people wordt niemand beter. Juist de veelzijdigheid van de hele samenleving zorgt ervoor dat je groeit als mens. Dat is ook waarom steden zo populair zijn, denk ik. 

In een stad heb je zoveel meer kansen voor toevallige ontmoetingen, die weer een nieuw zaadje kunnen planten voor misschien wel een heel mooie toekomst. Dus ervoor zorgen dat die kansen zich voor kunnen doen, is een superbelangrijke opgave op dit moment. Als je kunt zien hoe je een plek daarvoor ruimtelijk moet veranderen, dan kun je eraan bijdragen om die problematiek op te lossen.

Daarnaast zie ik dat de problemen in verzuilde thema’s veel beter in samenhang bekeken kunnen worden. Energie, landbouw, woningnood, klimaatverandering – al die grote dingen worden zo solitair aangevlogen op dit moment, terwijl ze allemaal overlappen. Je kan via ontwerp echt oplossingen creëren waarbij meerdere problemen tegelijkertijd aangepakt worden. Maar dat moet dan wel gebeuren op heel grote schaal en in alle schalen doorwerken”

Hannah Liem, derdejaars masterstudent Stedenbouw aan de Academie van Bouwkunst

 

Julia Alvares, docent cultureel Erfgoed en Gerdie Borghuis, docent Informatiemanagement, beide aan de Reinwardt Academie

Julia: “Dit is mijn eerste jaar als docent op de Reinwardt. Voor mij moet de academie een plek zijn die studenten de ruimte biedt om zichzelf te zijn. Dat je je eigen interesses kunt volgen en je daarin ondersteund voelt, ook al weet je misschien nog niet waar het toe leidt. Dat je omarmt wat jou uniek maakt. Uiteindelijk is dat ook een meerwaarde voor het veld. Ik heb bijvoorbeeld studenten die hiervoor een kookopleiding hebben gedaan. Zij zien misschien in eerste instantie geen connectie met de Reinwardt, maar ik zie dat juist als iets wat hen uniek maakt. Het is hun passie, en dat kan weldegelijk een plek krijgen binnen deze academie.”
 
Gerdie: “Wat Julia net zegt, dat woord passie, daar gaat het toch wel echt om. Dit is mijn laatste jaar op de Reinwardt, na 21 jaar lesgeven. Mijn droom is nog altijd dat zowel de organisatie als de studenten hier tot volle bloei kunnen komen, op basis van hun passie. Dat die passie – gecombineerd met de deskundigheid die je als student opbouwt, en als docent mee hebt en blijft ontwikkelen – altijd de kern blijft van hun werken. Binnen de Reinwardt én daarbuiten, want je komt onze studenten overal in het werkveld tegen. We hebben fantastische lui hier, met zoveel liefde voor het vak. Je proeft dat gewoon als je bij ons rondloopt. Die studenten zijn zo ontzettend leuk. En zodra je het met collega’s over de inhoud hebt, wow, ja, dan ontstaat er vuur.”
 
Julia: “Ik vind het ook heel belangrijk dat studenten zich eigenaar voelen van deze plek. Dat ze niet hier komen met het idee, ik moet iets voor mijn docenten doen. Nee, ik hoop dat dit een plek is waar je je thuis voelt, waar je het gevoel hebt dat je inbreng hebt en verschil kunt maken.”
 

Tjardo Pompstra, studentendecaan Breitner Academie

“Een student komt binnen met: ‘Het gaat niet goed met mijn studie, ik loop achter.’ Het eerste wat ik negen van de tien keer zeg is: ‘Dat boeit me helemaal niets. Hoe gaat het met jou?’

‘Hoe bedoel je? Ik ben toch student?’

Ja, maar je bent zoveel meer dan alleen een student. Dus wie ben je überhaupt, waarom kom je hier, en wat speelt er in jouw leven waardoor je achterloopt? Dat vind ik interessant. Kijk, dat die studie kwalitatief uitermate teleurstellend gaat, daar gaan we het echt wel over hebben. Maar de rest is eigenlijk veel interessanter. Mijn vriendin noemt me voor de grap weleens de blinde ziener. Ik neem in gesprekken met studenten niet het eerste antwoord voor waar aan. Ik vraag altijd door. Zelf ben ik in mei 2022 via de participatiewet begonnen bij de Breitner Academie. Vanuit eerdere werkervaring en vanuit persoonlijke ervaring heb ik een bepaald beeld van hoe je zou kunnen omgaan met een beperking. En dat komt neer op: je beperking, dat wat jij hebt wat jou beperkt in het functioneren, mag nooit een excuus zijn dat jij iets niet kan. Als je het op die manier gebruikt, is er iets anders aan de hand. Kijken naar mogelijkheden en dat leren inzien en omzetten is wat ik ondersteun. Wat kost nou meer energie? Gewoon je ding doen of erover zaniken?”

 

Stella Rammeloo, Lichting 2021 Nederlandse Filmacademie

“Mijn stage was in Amerika, bij de Netflix-productie Pinocchio van Guillermo del Toro, een stopmotion animatiefilm. Daarvoor heb ik zeven maanden in Portland gezeten. Voor ik daarheen kwam, vroegen ze: ‘Wat wil je doen? Animeren, sets, of poppen?’ Ik dacht, ik kies datgene waarvan ik de minste kennis heb.
 
Poppen voor stopmotion zijn zo ontzettend complex. De deeltjes die erin gemaakt worden, de techniek die erin zit. Het is allemaal heel klein, heel precies, en dat wordt dan opgeblazen op een groot scherm. Het is zo gedetailleerd; van tevoren kon ik er niet eens met mijn hoofd bij hoe ze gemaakt worden. Uiteindelijk heb ik me gespecialiseerd in kostuums voor de poppen. Ik vind het heel tof dat je een soort af product maakt. Binnen de poppenafdeling kun je je ook bezighouden met het bouwen van de armaturen (dus het skelet van de pop), maar daarmee zijn ze natuurlijk nog niet af. Ik vind het fijn om iets te maken wat functioneel is, waar veel techniek in zit, waar veel kennis in gaat, maar wat ook mooi en af is. Het kostuum is uiteindelijk heel bepalend bij het neerzetten van een personage. Het is mooi om op die manier het karakter van een pop mee vorm te kunnen geven.
 
Stopmotion, dat is eigenlijk gewoon continu problemen oplossen. Dat is film in het algemeen, maar stopmotion helemaal. Elke keer is het weer een uitdaging: hoe gaan we dit in vredesnaam doen? Het is toveren, ja, bijna.”

 

Anthony Heidweiller, directeur Academie voor Theater en Dans

“Voor mij is een belangrijk doel: verder bewegen in de zoektocht naar wat het kunstvakonderwijs is, in een wereld waarin de Europese kunsttraditie niet langer meer wordt gezien als superieur. Dat is volgens mij de kern van inclusief beleid. En dat is een heel brede discussie, of een heel brede dialoog, die voeren we naar mijn mening nog te weinig.

Ga naar welke willekeurige stad ook ter wereld en je ziet het Europese stratenplan. Ga naar welke willekeurige stad ook en je ziet de Europese architectuur. Het eurocentrisch denken zit overal. Een klein deel van de wereld heeft zo veel bepaald, op alle fronten. Man-vrouwverhoudingen, democratieën, internationale protocollen, noem het allemaal maar op – het zijn Europese kopieën. Waar is de wederkerigheid? Dat moet je niet 1, 2, 3 willen veranderen, dan ga je ongelukken krijgen. Maar hoe gaan wij – vanuit de kunsten – dat nou laten bewegen? Hoe gaan wij inspireren?

Ik heb het antwoord niet. Dat antwoord moet je ook niet willen geven. Dat is ook weer een eurocentrisch denken: “ik moet het resultaat hebben, ik moet het kunnen afvinken”. Nee, durf het proces toe te laten. Maar probeer dit vanuit wederkerigheid te benaderen. Wat brengt het dan? Je moet het niet willen oplossen. Zoals ik eerder zei is het (socratisch) gesprek essentieel. Een gesprek waarin we vanuit wederkerigheid naar het nu kijken, vervolgens naar het verleden, en uiteindelijk naar de toekomst. Een uitwisseling zonder verwachtingen; laat de “chaos”, rust en ruimte toe en er ontstaat een onverwachte oplossing.”

Diana Dzhabbar, student Saxofoon aan het Conservatorium van Amsterdam

"Wat ik mezelf probeer aan te leren is: doe gewoon je eigen ding, ga je eigen weg, en je zult mensen vinden die je leuk vinden. Die houden van de manier waarop je speelt, en die houden van de persoon die je bent. Want hoe je speelt, weerspiegelt wie je bent.

Er zijn niet veel vrouwen in de muziek, vooral niet in de jazz. Dus dat beïnvloedt natuurlijk ook mijn ontwikkeling en de manier waarop ik me voel en beweeg binnen de scene. Een voorbeeld: afgelopen dinsdag ging ik naar BIMHUIS, naar een jamsessie, en gedurende deze hele sessie was ik het enige meisje dat ging spelen. Snap je? Dus stel je voor wat voor druk je daardoor kunt voelen, en in wat voor vibe en gemoedstoestand je kunt komen. Het is moeilijk om dat gevoel uit te leggen. Het is niet dat ik bang ben, maar mensen kunnen denken: "Oh, ze is een meisje, ze kan nooit zo goed zijn als jongens die saxofoon spelen". Aan de andere kant, als ze me leuk vinden of me uitnodigen om ergens te komen spelen, wil ik ook niet dat dat verband houdt met mijn gender. Ik ben in de eerste plaats een muzikant en een mens. Muziek kent geen gender. Je denkt nooit als mensen spelen: oh, dat zijn vrouwen of mannen die spelen. Je houdt gewoon van de muziek."

Tim Vervenne, student Docent Dans aan de Academie voor Theater en Dans

Oorspronkelijk kom ik uit de wetenschappelijke wereld. Ik heb eerst biologie en psychologie gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. De vibe van de academie is dynamischer en de aanpak meer persoonlijk. Als kunstenaar in wording ben je heel erg bezig met jezelf, met je eigen artistieke processen en hoe je die het beste in de wereld kunt zetten. Ik koppel het hele kunstenaar zijn aan het mens zijn in het algemeen. Alles wat ik op de Academie voor Theater en Dans leer, pas ik zoveel mogelijk toe in mijn eigen leven.

Ik vind het belangrijk dat mensen real met me zijn en andersom geldt dat ook. Wanneer ik tijdens een stage op een middelbare school voor de klas sta, dan ga ik geen act opzetten. Je moet je eigen persoon uitdragen, dat werkt het beste voor iedereen. Dat is stiekem best moeilijk, want soms wil je je anders presenteren om de ander op zijn gemak te stellen. Het enige wat je neer kunt zetten is jezelf. Dat heb ik op de academie geleerd. Ik ben erg blij dat we tijdens de pandemie ‘gewoon’ onderwijs op locatie konden volgen. Dat is uiteindelijk ook waar je in dans mee te maken hebt: je wilt mensen zien, voelen en in contact zijn met elkaar. Dat gevoel van cohesie en samenhang, en de ruimte voor persoonlijke ontwikkeling, is top op de Academie voor Theater en Dans.”  (interview: Marco Hohl)

Selby Gildemacher, docent nieuwe media/4D aan de Breitner Academie

“Het samen op avontuur gaan met mijn studenten vind ik het meest interessant aan mijn werk als docent 4D. 4D staat voor nieuwe media. Soms leg ik het aan de eerstejaars uit als ‘3D plus tijd’ of als ‘kunst met de stekker’. Mijn studenten verbazen mij keer op keer. Ik ben elke les nieuwsgierig naar wat ze nu weer gaan bedenken en presenteren, en naar de stappen die er worden gemaakt.Tijdens een van de eerste opdrachten maken we een tijdsobject; ‘een zandloper’, bij wijze van spreken. Dat object wordt gefilmd, en in de tijd die verstrijkt moet er iets gebeuren. Ze construeren dus zelf de tijd en worden bewust van hoe lang iets duurt. De opdracht is eenvoudig, maar ook complex.

Ik zie mezelf meer als een begeleider dan als docent. Ik ga met mijn studenten op pad, deel mijn kennis en enthousiasme, en laat zien wat kunst ons allemaal kan bieden. Ze krijgen een soort vrijheid die ze daarvoor niet hebben kunnen ervaren in een klassikale setting. Ik laat zien uit welke zaadjes je een project kan laten ontkiemen en zij laten mij als ‘oude vent’ weer nieuwe dingen ontdekken. Die wisselwerking is enorm inspirerend.” (interview: Marco Hohl)

Noa Samson en Iris van Doggenaar, alumni master Musical Leadership en docenten aan het Conservatorium van Amsterdam

Noa: “Wij hebben elkaar acht jaar geleden leren kennen tijdens een auditie voor het conservatorium en toen was het al leuk samen. We zitten ook in een bandje (L’INC) met Camille Beurret. Het concept is dat we zoveel mogelijk instrumenten spelen en rouleren: gitaar, basgitaar, piano, ukelele, klein percussie en meer. We wisselen de leadpartijen af met driestemmigheid. Ik mis het optreden heel erg. Ik krijg er energie van. Het is meer dan alleen op een podium staan en mensen vermaken. Het begint al bij het kiezen van de nummers en de kleding. Je komt op bijzondere plekken en ontmoet bijzondere mensen. Het maakt ons leven mooier.”  

Iris: “Tijdens de pandemie zijn we tegelijkertijd - als eerste ooit - begonnen aan de nieuwe master Musical Leadership. Als onderdeel van mijn afstudeerproject heb ik composities gemaakt voor een lessenreeks die wordt gegeven aan kinderen met een meervoudige beperking. In die lessen worden de zintuigen aangesproken met behulp van mijn muziek. De methode wekt plezier op bij de kinderen en is er op gericht dat ze met elkaar interacteren.” 

Noa: “Mijn project richt zich op kleuters en ouderen, en hoe je die bij elkaar brengt om samen muziek of muziektheater te laten maken. Ter verhoging van het levensplezier van de ouderen en ter bevordering van de ontwikkeling van de kinderen. De afgelopen twee jaar waren Iris en ik elkaars klankbord. Zij was de enige die al die tijd volledig op de hoogte was van waar ik mee bezig was. Ze wilde altijd met me meedenken.” 

Iris: “Ik vind het heel bijzonder dat we tijdens de pandemie met zijn tweeën die master hebben gedaan. We zaten niet alleen als enige samen in de klas, maar we woonden ook nog eens met zijn tweetjes in een huis. We zijn daardoor helemaal vergroeid.” (interview: Marco Hohl)

Nduka Mntambo, hoofd Master of Film-programma Nederlandse Filmacademie

“Verhuizen naar Amsterdam vanuit Zuid-Afrika voelde als een grote verandering. Een klein half jaar geleden ben ik begonnen als hoofd van de Master of Film van de Nederlandse Filmacademie. Mijn absolute hoogtepunt was het ontmoeten van en het samenwerken met onze student-onderzoekers. Zij komen uit alle hoeken van de wereld, hebben ieder een uniek perspectief, beschikken over veel ervaring en kennis als (film)makers, en dat geeft heel veel energie.

Ik ben heel erg geïnteresseerd in artistiek onderzoek, hoe kennis tot stand komt, en onder welke omstandigheden dat proces plaatsvindt. Denk aan sociale, politieke of economische invloeden, die daar een rol in kunnen spelen. Onze docenten en studenten zijn allemaal (film)makers. We bevragen continu elkaars vragen, vragen ons af hoe wij tegen de wereld aankijken, en reflecteren op ons eigen handelen en denken. Het is een prachtige dialoog die steeds plaatsvindt. Als (film)maker, onderzoeker en docent stel ik opzettelijk politiek geladen vragen omtrent de productie van cultuur en kennis. Wat betekent het om films te maken in een wereld die zo complex is als de onze? Ik ben nieuwsgierig en heb een sterke neiging om hedendaagse vraagstukken vanuit een politiek perspectief te bekijken, en ik hoop oprecht dat dat onze student-onderzoekers zal inspireren.” (interview: Marco Hohl)

Kam Wai Kui, adviseur internationalisering en inclusie op het Servicebureau van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten 

“Veel studenten die kiezen voor een studie of stage in het buitenland, hebben dat vaak al meegekregen vanuit huis. Er zijn voldoende voorbeelden, zoals broers, zussen of vrienden, die hen voor zijn gegaan. Het is iets vanzelfsprekends. Wanneer je een migratieachtergrond hebt, als je als eerste in je familie studeert, of wanneer je je als student in een neurodivers spectrum bevindt - denk aan zware dyslexie – dan is die drempel veel groter. Een deel past zelfselectie toe. ‘Het was niet voor mij weggelegd’, hoor je dan achteraf van alumni. Een periode in het buitenland activeert veel van je vermogens. Je kijkt anders naar de wereld en je ontdekt dat je zelf heel veel kunt regelen. Die zelfredzaamheid geeft enorm veel zelfvertrouwen. Het zou jammer zijn wanneer alleen een geprivilegieerd deel van de bevolking dat kan ervaren.

Binnen de AHK coördineer ik de Erasmus Top Up-beurs, die maakt het net iets makkelijker voor deze groep om op uitwisseling te gaan. Toen ik deze beurs ging uitzetten op de AHK, was ik bang dat ik heel veel problematische verhalen zou gaan horen, maar ik hoor alleen maar moedige verhalen. Deze studenten zeuren nooit over obstakels en ik kan daar alleen maar respect voor hebben. Een beurs als deze, die zich overigens nog in de pilotfase bevindt, draagt bij aan een inclusievere samenleving, en ik hoop dat de toegankelijkheid ervan gewaarborgd zal blijven door het Ministerie van OCW.” (interview: Marco Hohl)

Kaez Tjoe-fat en Luna Rolie, tweedejaars studenten Cultureel Erfgoed aan de Reinwardt Academie

Kaez: “We zijn onze studie gestart aan het begin van de pandemie en hadden voornamelijk online les. Luna en ik hebben elkaar leren kennen tijdens vergaderingen via Teams met alle klassenvertegenwoordigers. Luna is een zonnestraaltje. Haar aura is warm, ze inspireert en haar brein is zó creatief. Ik ben meer kritisch als persoon, hou het overzicht en kijk of dingen haalbaar zijn. Ik denk dat we daarom zo goed met elkaar kunnen samenwerken.”  

Luna: “We zijn beide mensen die graag iets voor mekaar willen krijgen, en daar ook voor willen werken. We doen ons best om een groep bij elkaar te brengen en een fijne sfeer te creëren. Door de lockdowns zagen we onze klasgenoten nauwelijks in het echt, en bezoek aan musea was vrijwel onmogelijk. Gelukkig was er binnen onze jaargang een initiatief om met een groep gezellig films te kijken via Netflix Party. Dit maakte het mogelijk dat we toch met elkaar konden praten en connecten. Zo is er een hechte community ontstaan. Dat heeft me echt het jaar doorgetrokken. Kaez en ik zijn verkozen tot ambassadeur van de Reinwardt Academie. De school zag dat we veel initiatief vertonen. We proberen samen een stem te zijn voor alle studenten van onze jaargang.” 

Kaez: “We zitten in een nieuw curriculum met Cultureel Erfgoed en dat is nog steeds in de maak. Er zijn studenten die dat als onprettig ervaren. Wij hebben alle feedback verzameld en zijn daarmee naar de studieleiding gegaan. We zien het niet zitten om alleen te klagen en komen meteen actief met mogelijke oplossingen en verbeterpunten. We zijn allemaal mensen en bij ons spelen rangen geen rol. We begrijpen dat de docenten heel hard voor ons werken en willen daarom ook weten hoe zij hun werk en het nieuwe curriculum ervaren.” (interview: Marco Hohl)

Hanna Prinssen, alumna Landschapsarchitectuur en gastdocent Academie van Bouwkunst

“Mijn afstudeerproject ging over de problematiek van bosbranden. Die wordt steeds groter door de klimaatverandering, maar ook omdat wij op de verkeerde manier met bossen en brand omgaan. Ik heb een voorstel gedaan om op grote, strategische schaal onze bossen opnieuw in te richten. De oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika zetten vuur in om het landschap te beheren. In mijn voorstel wordt vuur weer onderdeel van het ecologische proces van het bos. In het Nederlandse rivierenlandschap zijn we gewend om ruimte voor water te maken, maar we kunnen ook ruimte maken voor vuur in bosrijke gebieden. Door het ontwerpen van ‘vuurdijken’ kunnen mensen veilig in zo’n gebied blijven wonen.

De wereld is aan het veranderen. In Nederland en op veel andere plekken wordt het steeds droger en warmer. Dat heeft effect op het landschap en daar kan ik als landschapsarchitect iets aan doen met mijn ontwerpen. Dat maakt mijn vak actueel en boeiend. Als student aan de Academie van Bouwkunst krijg je steeds nieuwe input van gastdocenten en werk je aan projecten die er écht toe doen. Zo werkte ik mee aan een project over Boston, dat veel door orkanen wordt getroffen, en ben ik in Semarang in Indonesië geweest. Die stad ligt in een moeras en zinkt tot acht centimeter per jaar. Ik heb ter plekke geleerd om oplossingen te vinden voor grote problemen.” (interview: Marco Hohl)

Paul Ariese – senior docent en onderzoeker Reinwardt Academie

“Ik combineer mijn docentschap aan de Reinwardt met promotieonderzoek. Dit onderzoek richt zich op de Portugese Synagoge – een functionerend gebedshuis – en de gemusealiseerde Grote Synagoge, beide onderdeel van het Joods Cultureel Kwartier. Het draait om de vragen ‘Hoe zijn religie en erfgoed op deze plekken met elkaar verweven? Welke emoties, opvattingen en gevoelens van eigenaarschap spelen een rol in deze wisselwerking?’ Het onderzoek moet leiden tot een handelingskader voor (toekomstige) erfgoedprofessionals, dat de praktische omgang met religieus erfgoed in onze postseculiere samenleving verbindt met theoretische doordenking en ethische reflectie.

De spanning tussen ‘religie als praktijk’ en ‘religie als erfgoed’ is ook een centraal thema in mijn onderwijs. Vraagstukken rondom het herbestemmen van kerken en het musealiseren van religieuze voorwerpen kunnen we volgens mij het beste interdisciplinair benaderen. We werken daarom nauw samen met de Faculteit Religie en Theologie van de Vrije Universiteit, én met een breed palet aan erfgoedorganisaties en religieuze gemeenschappen. De essentie van deze ontmoetingen is eigenlijk: kunnen we leren om rondom dit thema in de schoenen van een ander te gaan staan? Ook al verschillen onze antwoorden, in de vragen naar betekenisgeving waaruit die religieuze gebouwen, voorwerpen en praktijken zijn ontstaan zie ik een mogelijkheid voor herkenning.”

Jasja Arian – Huismeester Academie van Bouwkunst

“Het is ingewikkeld. Ik bedoel, aan de ene kant moet je je passie volgen en moet je daar echt helemaal voor gaan, anders zie je uiteindelijk andere mensen met de prijzen en de kansen er vandoor gaan. Maar aan de andere kant heb je het ook nodig om realistisch naar de wereld te kijken. En dat is natuurlijk wel een heel ingewikkelde, omdat het gewoon twee verschillende karakers of gedaantes zijn. Je moet de ene keer die ene pet op hebben, en de andere keer die andere. En hoe je dat balanceert, tja. Sommige mensen zijn misschien in staat om alleen in september die ene pet op te hebben, anderen moeten elke dag wisselen. Ik vind het fijn om dingen tegelijk te doen. Ik ben én huismeester, én schrijver, én stadsdeelcommissielid. Ik word er beter van als ik heel veel te doen heb, anders vind ik het maar saai worden. Maar de balans vinden is nog altijd wel een beetje ingewikkeld.”

Yaşam Hancılar, docent Conservatorium van Amsterdam

“De naam van mijn muziekschool is Music for Life. In het Turks kennen we betekenissen voor onze namen. Yaşam betekent ‘leven’; dat wilde ik graag laten terugkomen in de naam van de school. Muziek is zo belangrijk in mijn leven, het is echt een basisbehoefte voor mij, zoals lucht en water. Zonder muziek kan ik niet leven. Dat geldt ook voor de docenten die hier lesgeven.
Als gastdocent bij de bachelor Jazz op het Conservatorium van Amsterdam geef ik les aan studenten die geïnteresseerd zijn om in de toekomst als docent te werken en een eigen lespraktijk te beginnen. Ik deel mijn ervaring met de muziekschool met hen en vertel over het administratieve en organisatorische gedeelte vanaf ondernemingsplan tot uitvoering. Het helpt ze om een beeld te krijgen over hoe ze zich kunnen voorbereiden op de lespraktijk."

Stefan Schäfer, docent Breitner Academie

“Ik wil dat er een dialoog plaatsvindt. Wat heb je gedaan? Wat zijn je keuzes geweest? Leerlingen vragen me soms welk voorstel beter is voor hun design: moet het blauw zijn of rood? Dit zijn kleine dingen waarvan ik denk, dat moet ik niet beslissen, want daar gaat voor mij de discussie niet over. Ik kreeg van collega’s met kinderen mee dat er van jongs af aan veel druk op hen ligt: je moet aan dit en dit allemaal voldoen, dan haal je het. Daardoor krijg je die vragen over: hoe moet ik dit doen, zodat het “goed” is? Sommige studenten hebben een houvast nodig. ‘Zo kom ik verder’, maar ook, ‘Zo haal ik het vak’. Dat is op een creatieve opleiding niet zo goed. Als ik die vraag krijg, zeg ik gewoon dat het me daar niet om gaat. Dat je ook niet zo moet kijken. Ik begrijp het wel, en ik weet dat er vanuit het systeem druk achter zit. Dat moet volgens mij anders. Het gaat er vooral om dat je binnen je eigen ontwikkeling gewoon goed werk maakt en je keuzes weet te benoemen die tot je resultaat leiden.” 

Carmen Bruijns, eigenaar Starlounge Catering Academie voor Theater en Dans

“Je krijgt wel binding met je studenten. Elk jaar maak je nieuwe studenten mee, en die begeleid je toch weer vier jaar lang. Ik weet onderhand wat ze leuk vinden. Als zij zeggen, wij willen graag een biologische dag, dan gaan wij alles biologisch maken. Voordat de coronacrisis uitbrak waren woensdag op donderdag, en donderdag op vrijdag de stapavonden, hè. Dus donderdag had je echt heel brakke mensen hier rondlopen. Dan probeerde ik altijd een broodje BLT erin te gooien of zo. Rond de 15e van de maand hebben veel van hen geen geld meer, daar moet je ook rekening mee houden. Dat soort dingen allemaal. Ze komen ook met dingen naar je toe, je bent een soort psycholoog af en toe. Soms vragen ze, ‘Goh, Carmen, wat denk jij daarvan?’ of, ‘Ik voel me vandaag even niet zo lekker,’ en dan geef je ze een peptalk. Ze zien mij ook een beetje als moedertje, tussen aanhalingstekens. Dat is wel grappig.” 

Thomas Spijkerman, docent Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie

"Ik zie mijn theatermakerschap, kunstenaarschap en ondernemerschap als één geheel. Ik maak die scheiding niet meer. Je wilt als theatermaker iets creëren, daar hoort een publiek bij dat je wilt bereiken en om dat te doen moet het voorgefinancierd worden. Dat hangt met elkaar samen, om uiteindelijk een relatie tussen het publiek en het kunstwerk tot stand te brengen.
Ik denk dat we na moeten denken over nieuwe vormen waarin theater en kunst hun waarde meer zichtbaar kunnen maken. Zo is de locatie waar een werk zich manifesteert een onderdeel van de inhoud. Dat kun je niet los van elkaar zien. Ik vind het ook inspirerend om na te denken over schaalbaarheid, waar de culturele sector niet zo mee bezig is. Er is een soort mythe dat de kunstenaar zelf de enige persoon zou moeten zijn die een project kan uitvoeren. Maar veel dingen zijn gewoon vervangbaar en met dezelfde kwaliteit uit te voeren door anderen."

Jeroen van Mechelen, docent master Architectuur Academie van Bouwkunst

"Met mijn ontwerpbureau Studio JVMº doe ik kleinschalige interieur- en architectuuropdrachten met soms een stedenbouwkundige visie of plan, meer dan voorheen in de duurzame hoek. Er is veel mis in de bouwsector, dat deed mij nadenken over mijn rol als architect. Waar wil ik aan bijdragen? Ik ben mijn vak als een middel gaan zien en niet als een doel. In de sector is dat enigszins afwijkend. Ik heb besloten alleen nog aan duurzame projecten te werken. Daarom ben ik een tweede initiatief gestart: JUST in CASE. Dit is een 100% herbruikbaar bouwsysteem voor allerlei soorten gebouwen. Met één houten cassette kun je snel een geheel casco bouwen. Dit product is een van de meest optimale oplossingen voor ecologisch verantwoord bouwen."

Ilse Kok en Leon Kemp, studenten Docent beeldende kunst en vormgeving Breitner Academie

Breitner Academie-studenten Ilse en Leon wonnen voor hun online lespakket over klimaatverandering, #dewereldnaardeklote, de LKCA-prijs 2020.
Ilse: “Toen we daar zaten, was ik hartstikke zenuwachtig, vooral toen ik al die andere lespakketten zag: supergoed en gelikt, heel doordacht. Daar vielen wij nogal buiten met onze PowerPoint vol hectische plaatjes en botte humor. Ik dacht, ze zouden gek zijn als ze ons kiezen. Toen we toch werden gekozen dacht ik: hee, de LKCA wil dus wel dat je die grenzen opzoekt. Het mag dus een beetje schuren. Daar is voor mij wel iets opengegaan.”
Leon: “Ik denk dat ik sindsdien wat meer mezelf durf te zijn in mijn lessen, dat ik meer mijn eigen taal en wereld kan overbrengen. Dat heeft door dit project wel een extra zetje gehad, want je krijgt toch waardering voor je eigen manier van werken. En je merkt dat je best een beetje tegen het systeem mag aanschoppen, zolang dat bij jou als docent past.”

Constanza Gómez Guzmán, student master Landschapsarchitectuur

“After my graduation project in Mexico, in which I combined biology and landscape design, I came to Amsterdam to follow a pre-master, with the purpose of entering the Master in Landscape Architecture. I was drawn by the Dutch approach of designing with the principles of nature in mind. I also found acceptance here. There is a sense of open-mindedness, especially at the AHK. One of the most valuable lessons of this journey has been learning more about myself. In ecology there is this term, ‘ecological niche’, which means that every species living on this planet has a role, and we all function together in a network. The bees have this role, the ants have that role. I believe that when you find out what your part is, your ecological niche, it is easier to take on the challenges that you are presented with. You’re good at what you do, you contribute to society, and you are happy – what else do you need? This is what acceptance gives you.“

Michel Hormes, alumnus master Kunsteducatie

“Via kunst is het mogelijk om bepaalde onderwerpen aan te snijden op een diepere maar ook luchtiger manier dan bijvoorbeeld met een nieuwsbericht. Een van die onderwerpen is duurzaamheid. Mensen zijn misschien ook wel moe van het erover hebben, of vinden het vervelend om eraan te denken, omdat ze het gevoel hebben dat ze er zo weinig aan kunnen doen. Voor bepaalde onderwerpen kun je een beetje afgestompt raken, en met kunst maak je die weer voelbaar en tastbaar. Daarin zit de noodzaak van kunst: dat je de wereld blijft bevragen en onderzoeken. En dat je je blijft verwonderen, ook de mooie dingen blijft zien.”

Natalia Bednarczyk, student Production Design Nederlandse Filmacademie

“Film gaat in eerste instantie over esthetiek, iets moois en interessants neerzetten. Bij duurzaamheid denken mensen toch snel, oh, het is duur, of minder mooi, of je kunt niet alles doen wat je zou willen. Terwijl dat niet zo hoeft te zijn. Ik merk eigenlijk steeds meer dat heel veel dingen wel mogelijk zijn. Het lijkt me mooi als ik via mijn scriptie over duurzaamheid en mijn betrokkenheid bij de duurzaamheidscommissie op een of andere manier een positieve invloed kan hebben: dat het voor andere mensen gemakkelijker wordt om een beetje duurzamer te werken, en misschien zelfs leuk. Ik haal er zelf namelijk veel voldoening uit om me hiermee bezig te houden. Omdat je overal iets meer over nadenkt, ben je ook bewuster aan het leven.”

Dave Krooshof, geluidstechnicus Academie voor Theater en Dans

“Met muziek vier je het leven, of je geeft uiting aan de dingen in het leven die niet leuk waren, maar het gaat echt over het leven. Het gaat over beweging. Bij mijnfotografie speelt het ook een rol dat – nadat mijn vader was overleden had mijn zus een fotoalbum samengesteld. En ik zag dat er maar heel weinig foto’s waren die ik had gemaakt, waarin ik de blik van mijn vader naar mij had gevangen. Ik dacht, dit gaat me niet nog een keer gebeuren. Ik ben beter en beter in fotografie geworden, ook omdat ik dit soort dingen beter wil kunnen documenteren. Mijn vader gaat niet meer lukken. Maar de andere mensen die ik in mijn hart heb die wil ik vastleggen. Ik wil daar voor mezelf iets van vasthouden.”

Pedro Silva Costa, student Academie van Bouwkunst

“Life in the Netherlands compared to life in Brazil is much, much easier. There is a list for example with the 50 most violent cities in the world. We have 14 in Brazil. The city I come from was one of them until 2 years ago. The worries I have there, I can’t imagine having them here. Here, I’m free to go wherever I want, without thinking, ‘Which way should I go, what time is it, what street should I avoid?’ That’s not a freedom I have back in Brazil. I mean, it is my country and I do love it, so it would be amazing to have the same feeling there. But there’s still so many things to sort out before we get to that point. I still see myself going back. Not in five years, maybe not in ten. With the current political situation, I can’t imagine going back there. But at some point I do want to. Because that’s where I can make a difference. I mean, hope is the last one that dies, right?”
 

Trude Cone, Studentencoach AHK

“Ik ben in ’76 aan Juilliard afgestudeerd, als danser. De dag na mijn afstuderen deed ik auditie voor een musical die naar Amsterdam, Parijs, Londen zou gaan. Wonder boven wonder kreeg ik de rol. De dag daarna ben ik even naar huis gegaan, mijn paspoort ophalen, en weer een dag later zat ik in Amsterdam. Het hele stuk was een flop: vanwege een rechtszaak met de regisseur en het theater mochten we de vloer niet op. We hebben zes weken voor niets gerepeteerd. En het drama ging maar door. Onze vliegmaatschappij ging failliet, dus ik had geen terugreis. En toen werd ik nog ziek ook. De mensen van de musical hebben mij werk aangeboden, in Frascati en De Schutter, een bruin café. Ik dacht, ik moet eerst op adem komen, dan ga ik terug naar New York. Maar toen ontmoette ik mijn man. En binnen een jaar begon ik hier te werken bij de School for New Dance Development. Zo gaat het leven. De keuze om in het diepe te springen en naar Amsterdam te komen was achteraf de beste keuze die ik had kunnen maken. De huidige generatie studenten legt heel veel druk op zichzelf. Alles moet goed zijn, je moet in alles het beste zijn, je moet het nú maken. Zij gunnen zichzelf niet de kans om te falen. Maar falen is waar je de volgende stap maakt. Als je alles in de hand houdt, maak je geen ontwikkeling mee. Dan doe je wat je al weet. En als je al weet wat je doet, dan hoef je niet op school te zitten. Je beste werk ligt in de toekomst. Stráks moet je op je best zijn. Als je zeventig bent misschien, maar nu niet. Wat ga je de rest van de tijd dan doen?” 

Sophia Jager, voormalig student Cultureel Erfgoed Reinwardt Academie

“Wij hechten heel veel waarde aan objecten, aan de spullen om ons heen. Overal wordt eigenlijk het verhaal verteld van het consumeren. Je ziet overal om je heen reclame, overal wordt ons koopgedrag maar aangewakkerd, virtueel en in de realiteit. Supermarkten gebruiken psychologie zodat wij maar gaan kopen en kopen. Musea vertellen het andere verhaal. Dat vind ik erg belangrijk. Dat niet alleen het verhaal van het geld wordt verteld, maar ook het verhaal van de mensen. De verhalen achter de objecten, die zijn uiteindelijk belangrijker dan de objecten zelf.”

Maaike van Agteren, alumna master Kunsteducatie

“Als ik lesgeef in het onderwijs, en je ziet kinderen helemaal opbloeien, zelfvertrouwen krijgen; dat zijn echt de mooiste dingen van het vak, vind ik. Met name bij kinderen die bijvoorbeeld moeite hebben met de cognitieve vakken. Dat ze voelen, hey maar dít kan ik! Je kunt kinderen door middel van creatieve vakken in hun kracht zetten en in zichzelf laten geloven – dat proces vind ik supermooi. Dat ze eerst nog wat onwennig zijn, maar dat ze uiteindelijk vol staan te genieten, voor een publiek. Je ziet dat ze trots op zichzelf worden. Dat is misschien ook iets wat ik vroeger zelf gemist heb. Het was nooit goed genoeg. Als je vijf pirouetten kan, dan wil je er zes. Heb je die zes, blijkt er iemand te zijn, die kan er zeven. Ik ben heel streng voor mezelf geweest. Dat moment van: ik heb hard gewerkt en nu kan ik dit, en daar mag ik best even bij stilstaan, dat had ik niet. Misschien is dat waarom het me extra raakt, als ik dat wel bij mijn leerlingen zie.” 

Anna ten Bruggencate, bibliothecaris Breitner Academie

“Het is mijn laatste jaar bij de AHK. Officieel ben ik al met pensioen, ik ben eigenlijk al weg. Maar ik wilde graag nog een jaar blijven, en de academie wilde dat ook. Vorig jaar was ik echt nog niet bezig met de toekomst, nu weet ik, nou ja – het is toch echt eindig. Maar ik heb er al veel meer vrede mee. Want dat wat ik hier aan ervaring heb opgedaan, wil ik gebruiken als ik met pensioen ben. Ik wil kijken of ik studenten kan helpen met het afronden van hun afstudeerscripties. En eigenlijk wil ik zelf ook weer onderzoek doen, want naast bibliothecaris ben ik kunsthistoricus. En dan weer iets schrijven. Ik vind dat ook wel een logisch vervolg op wat ik hier heb geleerd. Leren houdt niet op als je stopt met werken. Ik merk het weleens aan leeftijdsgenoten, of mensen die nog jonger zijn, die zeggen, oh, eindelijk met pensioen! Dat heb ik niet. Want ik blijf nieuwsgierig.” 

Carmen Lamptey, alumna master Kunsteducatie

“Ik merkte laatst, jeetje, ik heb nu gewoon al anderhalve week niet gekookt, omdat ik elke dag pas om tien, elf uur thuis ben. Dat soort dingen. Ik ben altijd iemand geweest van de volle agenda. Maar ik heb wel echt besloten dat ik voor schooljaar 19/20 liever ga voor meer focus, in plaats van dat je weer op vier plekken op één dag moet zijn. Er blijft gewoon uiteindelijk niet zoveel tijd over voor jezelf. Ofwel wat me-time, of tijd om wat dieper in te gaan op de dingen die je aan het doen bent. Tijd voor incubatie. Ik vind heel veel leuk, dat is mijn probleem. Maar ik ben denk ik nu wel op een punt dat ik ook wel aan het zoeken ben, wie ben ik dan als ik níet aan het maken ben? Wie ben ik als ik níet met theater bezig ben?”

Janne Igbuwe, student Docent beeldende kunst en vormgeving Breitner Academie

“Ik heb wel duidelijk een thematiek, en daar kan ik ook eigenlijk nooit van afwijken. Dat is toch mijn dubbele nationaliteit: mijn moeder is een Nederlandse vrouw uit Brabant, mijn vader komt uit Nigeria. Ik heb me daar altijd wel druk om gemaakt, in die zin dat ik niet zo goed weet waar ik thuishoor. Ik ben een allochtoon, maar ik ben ook Nederlands. Ik bedoel, ik heet Janne Igbuwe. Janne is zó Nederlands, Igbuwe is Afrikaans. Mijn naam is al mijn thematiek.”

Aldo Vreeburg, student Production Design Nederlandse Filmacademie

“Ik vind in mijn eigen werk het barokke heel leuk, al merk ik dat ik vaak verval in overdaad. Ik vind: hoe meer, hoe beter, maar dat is natuurlijk lang niet altijd zo. De kracht zit hem er uiteindelijk in dat je met zo min mogelijk middelen, zo veel mogelijk vertelt. Maar het komt voort uit enthousiasme. Er zijn gewoon zó veel mooie dingen.”

Lene Gravesen - bibliothecaris Academie voor Theater en Dans

“Iemand komt zoeken naar iets, soms weten ze niet eens waar ze naar zoeken. Voor een scriptie, of voor een onderzoek, of voor een dansvoorstelling die ze maken. Dan stuur je ze weg met een boek van Yvonne Rainer, of een dvd met een monoloog van Spalding Gray. En dan staat later je naam in het programma van hun voorstelling: met dank aan. Of dan komen ze je zeggen, een wereld ging voor me open, en daardoor heb ik dit of dat gemaakt. Dat gebeurt af en toe, niet vaak, maar dat zijn de gouden momenten: dat je studenten iets aanreikt waar ze heel veel aan hebben. Volgens mij is dat de ziel van de bibliothecaris. Ik heb zelfs een keer als personage in een voorstelling gezeten. De theatermaker begon zijn voorstelling met een stapel boeken in zijn handen, en hij had het erover hoe de bibliothecaris hem een boek had aangereikt waar hij veel aan had. Daar ben ik trots op. En ik wist dat niet hè, ik zat in de zaal – ja, dat was wel echt kicken. Dat kun je opschrijven!”

Nicolette Jongkind - managementassistent en beleidsmedewerker Nederlandse Filmacademie

“Het niet ontdekte trekt mij aan: het nieuwe, dat vlammetje. Vandaar ook dat ik in het bestuur zit van een broedplaats, Treehouse NDSM. Alles wat al vastligt, dat weten we ondertussen wel. Maar alles wat je daarbuiten kunt ontwikkelen en faciliteren, dat geeft energie. Daar is energie, en het geeft energie. Ik ben zelf geen actief maker, ik heb geen beroepspraktijk, maar ik ben wel graag in die omgevingen. Want dat zijn gewoon de leukste plekken die er zijn.”

Hana Hvas - student Nationale Balletacademie

“Ik ben technisch sterk, denk ik. Maar ik heb van docenten gehoord dat ik meer aan mijn artistieke kant moet werken. Ze zeggen dat ik wel iets unieks heb, maar dat ik dat nog niet helemaal laat zien. En dat willen ze wel. Ik snap wat ze bedoelen, maar het is moeilijk om te weten wat het is dat mij uniek maakt. Ik snap dat ik dat moet laten zien, maar ik weet nog niet hoe.”

Bruno Scuderoni - studiobeheer en werkplaatsassistent Nederlandse Filmacademie

“Ik vind het heel leuk dat de Filmacademie een goede hogeschool is. Dat geeft je zelfvoldoening. Dan ga je nog meer je best doen, omdat je weet dat iedereen hier heel goed werkt, en dan wil je natuurlijk meedoen. Ik liet een heel mooie werkplek achter op de Breitner Academie, als instructeur technische vaardigheid. Dat wist ik ook: ik was daar op mijn plek, ik was in mijn element, had het naar mijn zin. Maar ik kon niet blijven door een reorganisatie. Toen ik hier kwam dacht ik wel, ja, wat gaat dit worden? Nou, dit bleek fantastisch. Zo divers. Nog steeds werken met studenten, instrueren, ondersteunen. Het is echt je kennis doorgeven, dat vind ik leuk. Op een bepaald moment heb je zelf zo’n verzameling van kennis opgebouwd, jonge mensen hebben dat nog niet. Dan komen ze met voor mij heel bekende vragen over een moeilijk probleem, en dan kun je meteen zeggen, oh maar dat doe je zo of zo. Daar hou ik van."

Amir Zaza - student Regie Fictie

“Toen ik uit Syrië uiteindelijk in Nederland terechtkwam zei bijna iedereen tegen mij: nu ben je in Nederland, nu heb je de kans om opnieuw te beginnen, doe maar een echte opleiding. Iets met wiskunde, of ICT, wat dan ook. Als ik zei, ik wil op de Nederlandse Filmacademie gaan studeren, dan zeiden zij: Amir, we begrijpen dat je ambitieus bent, maar de Filmacademie is een stapje te ver. Er worden elk jaar vijf mensen aangenomen. Je hebt geen kennis. Geen ervaring. In het begin was ik even teleurgesteld, maar ik zag dat ook als een uitdaging. Ik dacht, oké, misschien is dat mooi, dat ik geen kennis heb, geen ervaring. Dat kan ik nu dus gaan leren.” 

Timon Hagen - studentendecaan

“Ik ben iemand die graag met zijn eigen dingen bezig is. Ik heb al heel snel een uitlaatklep nodig. Stel dat ik vijf dagen per week als studentendecaan zou werken, dan zou ik niet goed functioneren. Dat lukt mij op de een of andere manier niet. Er zijn honderdduizend mensen die dat kunnen, maar mij lukt dat niet. Ik word daar echt gedeprimeerd van. En wat ik op mijn atelier altijd merk, is dat ik die gedeprimeerdheid kwijtraak. Maar als ik alleen maar op het atelier zou zijn, zou ik intellectuele uitdaging missen. Ik heb een combinatie nodig.” 

Rodrigo Batista Oliveira - student DAS Theatre

“I’m thinking a lot here about responsibility. I was born in 1985, the year that Brazil became a democracy again. My generation grew up with this idea of hope, and freedom. But after the political coup in 2016, we started to see that this democracy was not real, and had never been real. My friends living there are without jobs. They are fighting. They are trying. But the situation in Brazil is so bad for art and culture. I have the privilege to be here, and so I have a responsibility to my community back in Brazil – not my country, but my community. To my students, my friends, my partners, my family. I have a responsibility to bring something back. I think a part of this was always clear for me. But because I am out of my context here, this word has now become really big, this word of responsibility. It’s not clear for me how I can do this. I know I need to deal with that, but I don’t know how.”

Priya Bansraj - alumna Cultureel erfgoed

“Bij mij in de familie heeft iedereen een ander geloof. We hebben Jehova’s, we hebben moslims, atheïsten, katholieken, hindoes, van alles. Ik ben zelf hindoestaans opgevoed. Maar religie deed mij nooit iets. Ik begreep niet waarom mensen in vredesnaam aan hun geloof vasthielden. Waarom zou je zoveel tijd en energie steken in iets waarvan niemand weet of het waar is of niet? Of er duizend goden zijn, zoals ze dat in het hindoeïsme beschrijven, of dat er maar één God is, zoals in de Islam en het Christendom? Ik snapte dat nooit, tot ik voor mijn stage bij de Anne Frank Stichting kwam. Daar krijg je natuurlijk ook de achterliggende context mee. Daar moet ik me ook wel in verdiepen, omdat ik een collectieplan aan het ontwikkelen ben voor een behoorlijk religieuze plek. En hoe meer ik las, en hoe mensen ik sprak, des te beter ging ik het geloof begrijpen. Er komen veel mensen uit Israël naar het Achterhuis, voor hen is het een soort bedevaartsplek. En dan merk je hoe emotioneel dat voor sommige bezoekers is, en hoeveel houvast en hoop het geloof mensen kan geven.”

Patrick Waller - directeur Servicebureau

“De tolerantie in Nederland – ik zeg niet acceptatie, maar de tolerantie in Nederland is hoog. Je kunt zijn wie je bent. Je moet anderen daar niet te veel mee lastigvallen, maar je mag wel zijn wie je bent. Dat was anders in Mexico, waar ik ruim 30 jaar geleden opgroeide. In Mexico werd er niet over gepraat, zeker in die tijd. Als je in Mexico overleed aan aids, dan overleed je niet aan aids. Dan overleed je aan iets anders. Ik denk als ik in Mexico was gebleven, ik heel anders was geweest. Ik denk dat ik tot mijn 30e thuis was blijven wonen. Dat ik niet uit de kast was gekomen tot veel later. Ik had waarschijnlijk een dubbelleven geleid, zoals heel veel mensen die ik in Mexico ken hebben gedaan. Het heeft me heel erg goed gedaan om naar Nederland te komen. De openheid van jezelf kunnen zijn, en anderen respecteren om hoe zij zijn, dat heb ik hier geleerd.”

Maartje Kramer - student Cultureel erfgoed

“Buikdansen is een heel oude dans, met een prachtige geschiedenis. Het wordt door veel mensen gezien als iets seksueels, maar van oorsprong is het juist een mooie, nette dans. De roots van buikdansen liggen in India, en via de zigeuners is deze dans stukje bij beetje door heel Europa verspreid. Dat vind ik een mooi idee. Flamenco stamt bijvoorbeeld ook af van de buikdans. In Egypte en Turkije is de dans heel groot geworden om een andere reden; daar is de geschiedenis meer gekoppeld geraakt aan harems. Dat historisch besef is belangrijk voor mij. Bij mijn opleiding Cultureel erfgoed, maar eigenlijk bij alles wat ik doe. Ik vind het belangrijk om te weten hoe zo’n dans zich ontwikkeld heeft, waar ze vandaan komt en waarom ze is geworden wat ze nu is.” 

Dimitri Cruz - roostermaker Reinwardt Academie

“Dat is een beetje de grap hier, dat ik niets van erfgoed af weet. Ondertussen wel natuurlijk, je vangt het een en ander op. Maar ik ga niemand ervan overtuigen dat ik in mijn vrije tijd naar musea ga, of dat soort dingen. Dat levert juist heel leuke discussies op met studenten, bijvoorbeeld als je het hebt over betekenisgeving. Zij zijn natuurlijk de erfgoedprofessionals, zij hebben net iets geleerd en staan daar dan op het schoolplein over te praten. En dan kom ik als leek dat gesprek in met een heel andere kijk op erfgoed. Zij vinden dingen belangrijk die ik niet belangrijk vind. En voor hen is het interessant om te beseffen hoe de rest van de bevolking naar deze dingen kijkt.
Het advies dat ik aan studenten zou geven? Relativeer. Neem jezelf niet ál te serieus. Soms willen ze nog te groot of te moeilijk denken. Keep it simple. Wat ik ook zeg in onze studentenvereniging Depot, als studenten dingen willen organiseren:  hou het makkelijk, hou het uitvoerbaar. Ga nou geen berg maken van een heuvel. Ga geen beren op de weg zoeken. De studenten nemen sommige dingen te serieus, en dat zie ik ook terugkomen in bepaalde vakken. Dat ze een vak niet halen, omdat ze te groot hebben gedacht. Houd het simpeler. Relativeer.” 
 

Sue-Ann Bel - alumna Mime

“‘Jij bent echt krachtig,’ of, ‘Jij bent echt een sterke vrouw.’ Dit zijn woorden die ik veel heb gehoord de afgelopen vier jaar. En dat is goed, want dat geeft richting aan hoe ik me ontwikkel als performer. Maar mij kon het ook heel erg remmen. Ik kon daar heel bang van worden. Als mensen tegen mij zeiden dat ik een krachtige speler was, of dat ze het altijd zo spannend vonden als ik op het podium stond, dan schrok ik daarvan. Omdat ik me helemaal niet zo voelde. Omdat ik er niet bewust van was dat ik dat uitstraalde. Eigenlijk maakte dat me juist kleiner. Ik ging denken: ‘Oké, mensen zeggen dat ik krachtig ben, dan moet ik dus ook krachtig zijn.’ Ging ik alles heel krachtig lopen doen. Maar dat putte me uit. Want het ging voelen alsof de persoon die ik ben wanneer ik me eens wat kleiner voel, of onzeker, niet relevant is. Alsof dat niet de Sue-Ann is die ik als performer of kunstenaar moet zijn. Door de opleiding heen was ik een beetje bang geworden voor de verschillende meningen die ik te horen kreeg. Ik was bang geworden voor wat ik uitstraal. Bang voor dat ik een zwarte vrouw ben, en dat dat iets betekent in deze maatschappij, op dit moment. Vanuit die angst heb ik mijn afstudeersolo LEBNNA-EUS gemaakt. En nu zie ik dat ik juist ook een belangrijke rol kan vervullen, met mijn kleur.”
 

Delen