Humans of the Arts

Wie studeren en werken er op de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten? Wij verzamelden de bijzondere verhalen van onze studenten en medewerkers in de social media campagne Humans of the Arts. De interviews zijn afgenomen door theaterschrijver Koen Caris, de foto's zijn gemaakt door Tessa Posthuma de Boer

Nicolette Jongkind - managementassistent en beleidsondersteuner Nederlandse Filmacademie

“Het niet ontdekte trekt mij aan: het nieuwe, dat vlammetje. Vandaar ook dat ik in het bestuur zit van een broedplaats, Treehouse NDSM. Alles wat al vastligt, dat weten we ondertussen wel. Maar alles wat je daarbuiten kunt ontwikkelen en faciliteren, dat geeft energie. Daar is energie, en het geeft energie. Ik ben zelf geen actief maker, ik heb geen beroepspraktijk, maar ik ben wel graag in die omgevingen. Want dat zijn gewoon de leukste plekken die er zijn.”

Hana Hvas - student Nationale Balletacademie

“Ik ben technisch sterk, denk ik. Maar ik heb van docenten gehoord dat ik meer aan mijn artistieke kant moet werken. Ze zeggen dat ik wel iets unieks heb, maar dat ik dat nog niet helemaal laat zien. En dat willen ze wel. Ik snap wat ze bedoelen, maar het is moeilijk om te weten wat het is dat mij uniek maakt. Ik snap dat ik dat moet laten zien, maar ik weet nog niet hoe.”

Bruno Scuderoni - studiobeheer en werkplaatsassistent Nederlandse Filmacademie

“Ik vind het heel leuk dat de Filmacademie een goede hogeschool is. Dat geeft je zelfvoldoening. Dan ga je nog meer je best doen, omdat je weet dat iedereen hier heel goed werkt, en dan wil je natuurlijk meedoen. Ik liet een heel mooie werkplek achter op de Breitner Academie, als instructeur technische vaardigheid. Dat wist ik ook: ik was daar op mijn plek, ik was in mijn element, had het naar mijn zin. Maar ik kon niet blijven door een reorganisatie. Toen ik hier kwam dacht ik wel, ja, wat gaat dit worden? Nou, dit bleek fantastisch. Zo divers. Nog steeds werken met studenten, instrueren, ondersteunen. Het is echt je kennis doorgeven, dat vind ik leuk. Op een bepaald moment heb je zelf zo’n verzameling van kennis opgebouwd, jonge mensen hebben dat nog niet. Dan komen ze met voor mij heel bekende vragen over een moeilijk probleem, en dan kun je meteen zeggen, oh maar dat doe je zo of zo. Daar hou ik van."

Amir Zaza - student Regie Fictie

“Toen ik uit Syrië uiteindelijk in Nederland terechtkwam zei bijna iedereen tegen mij: nu ben je in Nederland, nu heb je de kans om opnieuw te beginnen, doe maar een echte opleiding. Iets met wiskunde, of ICT, wat dan ook. Als ik zei, ik wil op de Nederlandse Filmacademie gaan studeren, dan zeiden zij: Amir, we begrijpen dat je ambitieus bent, maar de Filmacademie is een stapje te ver. Er worden elk jaar vijf mensen aangenomen. Je hebt geen kennis. Geen ervaring. In het begin was ik even teleurgesteld, maar ik zag dat ook als een uitdaging. Ik dacht, oké, misschien is dat mooi, dat ik geen kennis heb, geen ervaring. Dat kan ik nu dus gaan leren.” 

Timon Hagen - studentendecaan

“Ik ben iemand die graag met zijn eigen dingen bezig is. Ik heb al heel snel een uitlaatklep nodig. Stel dat ik vijf dagen per week als studentendecaan zou werken, dan zou ik niet goed functioneren. Dat lukt mij op de een of andere manier niet. Er zijn honderdduizend mensen die dat kunnen, maar mij lukt dat niet. Ik word daar echt gedeprimeerd van. En wat ik op mijn atelier altijd merk, is dat ik die gedeprimeerdheid kwijtraak. Maar als ik alleen maar op het atelier zou zijn, zou ik intellectuele uitdaging missen. Ik heb een combinatie nodig.” 

Rodrigo Batista Oliveira - student DAS Theatre

“I’m thinking a lot here about responsibility. I was born in 1985, the year that Brazil became a democracy again. My generation grew up with this idea of hope, and freedom. But after the political coup in 2016, we started to see that this democracy was not real, and had never been real. My friends living there are without jobs. They are fighting. They are trying. But the situation in Brazil is so bad for art and culture. I have the privilege to be here, and so I have a responsibility to my community back in Brazil – not my country, but my community. To my students, my friends, my partners, my family. I have a responsibility to bring something back. I think a part of this was always clear for me. But because I am out of my context here, this word has now become really big, this word of responsibility. It’s not clear for me how I can do this. I know I need to deal with that, but I don’t know how.”

Priya Bansraj - alumna Cultureel erfgoed

“Bij mij in de familie heeft iedereen een ander geloof. We hebben Jehova’s, we hebben moslims, atheïsten, katholieken, hindoes, van alles. Ik ben zelf hindoestaans opgevoed. Maar religie deed mij nooit iets. Ik begreep niet waarom mensen in vredesnaam aan hun geloof vasthielden. Waarom zou je zoveel tijd en energie steken in iets waarvan niemand weet of het waar is of niet? Of er duizend goden zijn, zoals ze dat in het hindoeïsme beschrijven, of dat er maar één God is, zoals in de Islam en het Christendom? Ik snapte dat nooit, tot ik voor mijn stage bij de Anne Frank Stichting kwam. Daar krijg je natuurlijk ook de achterliggende context mee. Daar moet ik me ook wel in verdiepen, omdat ik een collectieplan aan het ontwikkelen ben voor een behoorlijk religieuze plek. En hoe meer ik las, en hoe mensen ik sprak, des te beter ging ik het geloof begrijpen. Er komen veel mensen uit Israël naar het Achterhuis, voor hen is het een soort bedevaartsplek. En dan merk je hoe emotioneel dat voor sommige bezoekers is, en hoeveel houvast en hoop het geloof mensen kan geven.”

Patrick Waller - directeur Servicebureau

“De tolerantie in Nederland – ik zeg niet acceptatie, maar de tolerantie in Nederland is hoog. Je kunt zijn wie je bent. Je moet anderen daar niet te veel mee lastigvallen, maar je mag wel zijn wie je bent. Dat was anders in Mexico, waar ik ruim 30 jaar geleden opgroeide. In Mexico werd er niet over gepraat, zeker in die tijd. Als je in Mexico overleed aan aids, dan overleed je niet aan aids. Dan overleed je aan iets anders. Ik denk als ik in Mexico was gebleven, ik heel anders was geweest. Ik denk dat ik tot mijn 30e thuis was blijven wonen. Dat ik niet uit de kast was gekomen tot veel later. Ik had waarschijnlijk een dubbelleven geleid, zoals heel veel mensen die ik in Mexico ken hebben gedaan. Het heeft me heel erg goed gedaan om naar Nederland te komen. De openheid van jezelf kunnen zijn, en anderen respecteren om hoe zij zijn, dat heb ik hier geleerd.”

Maartje Kramer - student Cultureel erfgoed

“Buikdansen is een heel oude dans, met een prachtige geschiedenis. Het wordt door veel mensen gezien als iets seksueels, maar van oorsprong is het juist een mooie, nette dans. De roots van buikdansen liggen in India, en via de zigeuners is deze dans stukje bij beetje door heel Europa verspreid. Dat vind ik een mooi idee. Flamenco stamt bijvoorbeeld ook af van de buikdans. In Egypte en Turkije is de dans heel groot geworden om een andere reden; daar is de geschiedenis meer gekoppeld geraakt aan harems. Dat historisch besef is belangrijk voor mij. Bij mijn opleiding Cultureel erfgoed, maar eigenlijk bij alles wat ik doe. Ik vind het belangrijk om te weten hoe zo’n dans zich ontwikkeld heeft, waar ze vandaan komt en waarom ze is geworden wat ze nu is.” 

Boukje Gabreëls - student Architectuur

“Op de vraag wat ik na mijn afstuderen wil doen, kan ik verschillende antwoorden geven. Ik kan een kwetsbaar, onzeker antwoord geven. Of ik kan een heel stoer antwoord geven, dat ik Rem Koolhaas van de troon ga stoten of zo. Het zit allebei in mijn hoofd. Ik zat hiervoor in de directie van NS Stations, en na een loopbaan van ruim twintig jaar ben ik met die baan gestopt om terug naar school te gaan. Als je zo rigoureus het roer omgooit, dan wil je dat ook waarmaken. Ik zit vol inspiratie. Ik wil heel grote, mooie dingen maken. Ik wil dingen neerzetten waar mensen echt van onder de indruk zijn. Aan de andere kant: zelfs als ik het curriculum binnen vier jaar doorloop, ben ik 50 als ik afstudeer. Dan ben ik 50 als ik me mag registreren als architect. En dan ben je er nog lang niet: je moet zo veel vlieguren maken. Gaat me dat nog lukken? Heb ik nog tijd? Kom ik er nog tussen?”

Dimitri Cruz - roostermaker Reinwardt Academie

“Dat is een beetje de grap hier, dat ik niets van erfgoed af weet. Ondertussen wel natuurlijk, je vangt het een en ander op. Maar ik ga niemand ervan overtuigen dat ik in mijn vrije tijd naar musea ga, of dat soort dingen. Dat levert juist heel leuke discussies op met studenten, bijvoorbeeld als je het hebt over betekenisgeving. Zij zijn natuurlijk de erfgoedprofessionals, zij hebben net iets geleerd en staan daar dan op het schoolplein over te praten. En dan kom ik als leek dat gesprek in met een heel andere kijk op erfgoed. Zij vinden dingen belangrijk die ik niet belangrijk vind. En voor hen is het interessant om te beseffen hoe de rest van de bevolking naar deze dingen kijkt.
Het advies dat ik aan studenten zou geven? Relativeer. Neem jezelf niet ál te serieus. Soms willen ze nog te groot of te moeilijk denken. Keep it simple. Wat ik ook zeg in onze studentenvereniging Depot, als studenten dingen willen organiseren:  hou het makkelijk, hou het uitvoerbaar. Ga nou geen berg maken van een heuvel. Ga geen beren op de weg zoeken. De studenten nemen sommige dingen te serieus, en dat zie ik ook terugkomen in bepaalde vakken. Dat ze een vak niet halen, omdat ze te groot hebben gedacht. Houd het simpeler. Relativeer.” 
 

Sue-Ann Bel - alumna Mime

“‘Jij bent echt krachtig,’ of, ‘Jij bent echt een sterke vrouw.’ Dit zijn woorden die ik veel heb gehoord de afgelopen vier jaar. En dat is goed, want dat geeft richting aan hoe ik me ontwikkel als performer. Maar mij kon het ook heel erg remmen. Ik kon daar heel bang van worden. Als mensen tegen mij zeiden dat ik een krachtige speler was, of dat ze het altijd zo spannend vonden als ik op het podium stond, dan schrok ik daarvan. Omdat ik me helemaal niet zo voelde. Omdat ik er niet bewust van was dat ik dat uitstraalde. Eigenlijk maakte dat me juist kleiner. Ik ging denken: ‘Oké, mensen zeggen dat ik krachtig ben, dan moet ik dus ook krachtig zijn.’ Ging ik alles heel krachtig lopen doen. Maar dat putte me uit. Want het ging voelen alsof de persoon die ik ben wanneer ik me eens wat kleiner voel, of onzeker, niet relevant is. Alsof dat niet de Sue-Ann is die ik als performer of kunstenaar moet zijn. Door de opleiding heen was ik een beetje bang geworden voor de verschillende meningen die ik te horen kreeg. Ik was bang geworden voor wat ik uitstraal. Bang voor dat ik een zwarte vrouw ben, en dat dat iets betekent in deze maatschappij, op dit moment. Vanuit die angst heb ik mijn afstudeersolo LEBNNA-EUS gemaakt. En nu zie ik dat ik juist ook een belangrijke rol kan vervullen, met mijn kleur.”
 

Delen