Humans of the Arts

Wie studeren en werken er op de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten? Wij verzamelden de bijzondere verhalen van onze studenten en medewerkers in de social media campagne Humans of the Arts. De interviews zijn afgenomen door theaterschrijver Koen Caris, de foto's zijn gemaakt door Tessa Posthuma de Boer

Pedro Silva Costa, student Academie van Bouwkunst

“Life in the Netherlands compared to life in Brazil is much, much easier. There is a list for example with the 50 most violent cities in the world. We have 14 in Brazil. The city I come from was one of them until 2 years ago. The worries I have there, I can’t imagine having them here. Here, I’m free to go wherever I want, without thinking, ‘Which way should I go, what time is it, what street should I avoid?’ That’s not a freedom I have back in Brazil. I mean, it is my country and I do love it, so it would be amazing to have the same feeling there. But there’s still so many things to sort out before we get to that point. I still see myself going back. Not in five years, maybe not in ten. With the current political situation, I can’t imagine going back there. But at some point I do want to. Because that’s where I can make a difference. I mean, hope is the last one that dies, right?”
 

Trude Cone, Studentencoach AHK

“Ik ben in ’76 aan Juilliard afgestudeerd, als danser. De dag na mijn afstuderen deed ik auditie voor een musical die naar Amsterdam, Parijs, Londen zou gaan. Wonder boven wonder kreeg ik de rol. De dag daarna ben ik even naar huis gegaan, mijn paspoort ophalen, en weer een dag later zat ik in Amsterdam. Het hele stuk was een flop: vanwege een rechtszaak met de regisseur en het theater mochten we de vloer niet op. We hebben zes weken voor niets gerepeteerd. En het drama ging maar door. Onze vliegmaatschappij ging failliet, dus ik had geen terugreis. En toen werd ik nog ziek ook. De mensen van de musical hebben mij werk aangeboden, in Frascati en De Schutter, een bruin café. Ik dacht, ik moet eerst op adem komen, dan ga ik terug naar New York. Maar toen ontmoette ik mijn man. En binnen een jaar begon ik hier te werken bij de School for New Dance Development. Zo gaat het leven. De keuze om in het diepe te springen en naar Amsterdam te komen was achteraf de beste keuze die ik had kunnen maken. De huidige generatie studenten legt heel veel druk op zichzelf. Alles moet goed zijn, je moet in alles het beste zijn, je moet het nú maken. Zij gunnen zichzelf niet de kans om te falen. Maar falen is waar je de volgende stap maakt. Als je alles in de hand houdt, maak je geen ontwikkeling mee. Dan doe je wat je al weet. En als je al weet wat je doet, dan hoef je niet op school te zitten. Je beste werk ligt in de toekomst. Stráks moet je op je best zijn. Als je zeventig bent misschien, maar nu niet. Wat ga je de rest van de tijd dan doen?” 

Sophia Jager, voormalig student Cultureel Erfgoed Reinwardt Academie

“Wij hechten heel veel waarde aan objecten, aan de spullen om ons heen. Overal wordt eigenlijk het verhaal verteld van het consumeren. Je ziet overal om je heen reclame, overal wordt ons koopgedrag maar aangewakkerd, virtueel en in de realiteit. Supermarkten gebruiken psychologie zodat wij maar gaan kopen en kopen. Musea vertellen het andere verhaal. Dat vind ik erg belangrijk. Dat niet alleen het verhaal van het geld wordt verteld, maar ook het verhaal van de mensen. De verhalen achter de objecten, die zijn uiteindelijk belangrijker dan de objecten zelf.”

Maaike van Agteren, alumna master Kunsteducatie

“Als ik lesgeef in het onderwijs, en je ziet kinderen helemaal opbloeien, zelfvertrouwen krijgen; dat zijn echt de mooiste dingen van het vak, vind ik. Met name bij kinderen die bijvoorbeeld moeite hebben met de cognitieve vakken. Dat ze voelen, hey maar dít kan ik! Je kunt kinderen door middel van creatieve vakken in hun kracht zetten en in zichzelf laten geloven – dat proces vind ik supermooi. Dat ze eerst nog wat onwennig zijn, maar dat ze uiteindelijk vol staan te genieten, voor een publiek. Je ziet dat ze trots op zichzelf worden. Dat is misschien ook iets wat ik vroeger zelf gemist heb. Het was nooit goed genoeg. Als je vijf pirouetten kan, dan wil je er zes. Heb je die zes, blijkt er iemand te zijn, die kan er zeven. Ik ben heel streng voor mezelf geweest. Dat moment van: ik heb hard gewerkt en nu kan ik dit, en daar mag ik best even bij stilstaan, dat had ik niet. Misschien is dat waarom het me extra raakt, als ik dat wel bij mijn leerlingen zie.” 

Anna ten Bruggencate, bibliothecaris Breitner Academie

“Het is mijn laatste jaar bij de AHK. Officieel ben ik al met pensioen, ik ben eigenlijk al weg. Maar ik wilde graag nog een jaar blijven, en de academie wilde dat ook. Vorig jaar was ik echt nog niet bezig met de toekomst, nu weet ik, nou ja – het is toch echt eindig. Maar ik heb er al veel meer vrede mee. Want dat wat ik hier aan ervaring heb opgedaan, wil ik gebruiken als ik met pensioen ben. Ik wil kijken of ik studenten kan helpen met het afronden van hun afstudeerscripties. En eigenlijk wil ik zelf ook weer onderzoek doen, want naast bibliothecaris ben ik kunsthistoricus. En dan weer iets schrijven. Ik vind dat ook wel een logisch vervolg op wat ik hier heb geleerd. Leren houdt niet op als je stopt met werken. Ik merk het weleens aan leeftijdsgenoten, of mensen die nog jonger zijn, die zeggen, oh, eindelijk met pensioen! Dat heb ik niet. Want ik blijf nieuwsgierig.” 

Carmen Lamptey, alumna master Kunsteducatie

“Ik merkte laatst, jeetje, ik heb nu gewoon al anderhalve week niet gekookt, omdat ik elke dag pas om tien, elf uur thuis ben. Dat soort dingen. Ik ben altijd iemand geweest van de volle agenda. Maar ik heb wel echt besloten dat ik voor schooljaar 19/20 liever ga voor meer focus, in plaats van dat je weer op vier plekken op één dag moet zijn. Er blijft gewoon uiteindelijk niet zoveel tijd over voor jezelf. Ofwel wat me-time, of tijd om wat dieper in te gaan op de dingen die je aan het doen bent. Tijd voor incubatie. Ik vind heel veel leuk, dat is mijn probleem. Maar ik ben denk ik nu wel op een punt dat ik ook wel aan het zoeken ben, wie ben ik dan als ik níet aan het maken ben? Wie ben ik als ik níet met theater bezig ben?”

Janne Igbuwe, student Docent beeldende kunst en vormgeving Breitner Academie

“Ik heb wel duidelijk een thematiek, en daar kan ik ook eigenlijk nooit van afwijken. Dat is toch mijn dubbele nationaliteit: mijn moeder is een Nederlandse vrouw uit Brabant, mijn vader komt uit Nigeria. Ik heb me daar altijd wel druk om gemaakt, in die zin dat ik niet zo goed weet waar ik thuishoor. Ik ben een allochtoon, maar ik ben ook Nederlands. Ik bedoel, ik heet Janne Igbuwe. Janne is zó Nederlands, Igbuwe is Afrikaans. Mijn naam is al mijn thematiek.”

Aldo Vreeburg, student Production Design Nederlandse Filmacademie

“Ik vind in mijn eigen werk het barokke heel leuk, al merk ik dat ik vaak verval in overdaad. Ik vind: hoe meer, hoe beter, maar dat is natuurlijk lang niet altijd zo. De kracht zit hem er uiteindelijk in dat je met zo min mogelijk middelen, zo veel mogelijk vertelt. Maar het komt voort uit enthousiasme. Er zijn gewoon zó veel mooie dingen.”

Lene Gravesen - bibliothecaris Academie voor Theater en Dans

“Iemand komt zoeken naar iets, soms weten ze niet eens waar ze naar zoeken. Voor een scriptie, of voor een onderzoek, of voor een dansvoorstelling die ze maken. Dan stuur je ze weg met een boek van Yvonne Rainer, of een dvd met een monoloog van Spalding Gray. En dan staat later je naam in het programma van hun voorstelling: met dank aan. Of dan komen ze je zeggen, een wereld ging voor me open, en daardoor heb ik dit of dat gemaakt. Dat gebeurt af en toe, niet vaak, maar dat zijn de gouden momenten: dat je studenten iets aanreikt waar ze heel veel aan hebben. Volgens mij is dat de ziel van de bibliothecaris. Ik heb zelfs een keer als personage in een voorstelling gezeten. De theatermaker begon zijn voorstelling met een stapel boeken in zijn handen, en hij had het erover hoe de bibliothecaris hem een boek had aangereikt waar hij veel aan had. Daar ben ik trots op. En ik wist dat niet hè, ik zat in de zaal – ja, dat was wel echt kicken. Dat kun je opschrijven!”

Nicolette Jongkind - managementassistent en beleidsmedewerker Nederlandse Filmacademie

“Het niet ontdekte trekt mij aan: het nieuwe, dat vlammetje. Vandaar ook dat ik in het bestuur zit van een broedplaats, Treehouse NDSM. Alles wat al vastligt, dat weten we ondertussen wel. Maar alles wat je daarbuiten kunt ontwikkelen en faciliteren, dat geeft energie. Daar is energie, en het geeft energie. Ik ben zelf geen actief maker, ik heb geen beroepspraktijk, maar ik ben wel graag in die omgevingen. Want dat zijn gewoon de leukste plekken die er zijn.”

Hana Hvas - student Nationale Balletacademie

“Ik ben technisch sterk, denk ik. Maar ik heb van docenten gehoord dat ik meer aan mijn artistieke kant moet werken. Ze zeggen dat ik wel iets unieks heb, maar dat ik dat nog niet helemaal laat zien. En dat willen ze wel. Ik snap wat ze bedoelen, maar het is moeilijk om te weten wat het is dat mij uniek maakt. Ik snap dat ik dat moet laten zien, maar ik weet nog niet hoe.”

Bruno Scuderoni - studiobeheer en werkplaatsassistent Nederlandse Filmacademie

“Ik vind het heel leuk dat de Filmacademie een goede hogeschool is. Dat geeft je zelfvoldoening. Dan ga je nog meer je best doen, omdat je weet dat iedereen hier heel goed werkt, en dan wil je natuurlijk meedoen. Ik liet een heel mooie werkplek achter op de Breitner Academie, als instructeur technische vaardigheid. Dat wist ik ook: ik was daar op mijn plek, ik was in mijn element, had het naar mijn zin. Maar ik kon niet blijven door een reorganisatie. Toen ik hier kwam dacht ik wel, ja, wat gaat dit worden? Nou, dit bleek fantastisch. Zo divers. Nog steeds werken met studenten, instrueren, ondersteunen. Het is echt je kennis doorgeven, dat vind ik leuk. Op een bepaald moment heb je zelf zo’n verzameling van kennis opgebouwd, jonge mensen hebben dat nog niet. Dan komen ze met voor mij heel bekende vragen over een moeilijk probleem, en dan kun je meteen zeggen, oh maar dat doe je zo of zo. Daar hou ik van."

Amir Zaza - student Regie Fictie

“Toen ik uit Syrië uiteindelijk in Nederland terechtkwam zei bijna iedereen tegen mij: nu ben je in Nederland, nu heb je de kans om opnieuw te beginnen, doe maar een echte opleiding. Iets met wiskunde, of ICT, wat dan ook. Als ik zei, ik wil op de Nederlandse Filmacademie gaan studeren, dan zeiden zij: Amir, we begrijpen dat je ambitieus bent, maar de Filmacademie is een stapje te ver. Er worden elk jaar vijf mensen aangenomen. Je hebt geen kennis. Geen ervaring. In het begin was ik even teleurgesteld, maar ik zag dat ook als een uitdaging. Ik dacht, oké, misschien is dat mooi, dat ik geen kennis heb, geen ervaring. Dat kan ik nu dus gaan leren.” 

Timon Hagen - studentendecaan

“Ik ben iemand die graag met zijn eigen dingen bezig is. Ik heb al heel snel een uitlaatklep nodig. Stel dat ik vijf dagen per week als studentendecaan zou werken, dan zou ik niet goed functioneren. Dat lukt mij op de een of andere manier niet. Er zijn honderdduizend mensen die dat kunnen, maar mij lukt dat niet. Ik word daar echt gedeprimeerd van. En wat ik op mijn atelier altijd merk, is dat ik die gedeprimeerdheid kwijtraak. Maar als ik alleen maar op het atelier zou zijn, zou ik intellectuele uitdaging missen. Ik heb een combinatie nodig.” 

Rodrigo Batista Oliveira - student DAS Theatre

“I’m thinking a lot here about responsibility. I was born in 1985, the year that Brazil became a democracy again. My generation grew up with this idea of hope, and freedom. But after the political coup in 2016, we started to see that this democracy was not real, and had never been real. My friends living there are without jobs. They are fighting. They are trying. But the situation in Brazil is so bad for art and culture. I have the privilege to be here, and so I have a responsibility to my community back in Brazil – not my country, but my community. To my students, my friends, my partners, my family. I have a responsibility to bring something back. I think a part of this was always clear for me. But because I am out of my context here, this word has now become really big, this word of responsibility. It’s not clear for me how I can do this. I know I need to deal with that, but I don’t know how.”

Priya Bansraj - alumna Cultureel erfgoed

“Bij mij in de familie heeft iedereen een ander geloof. We hebben Jehova’s, we hebben moslims, atheïsten, katholieken, hindoes, van alles. Ik ben zelf hindoestaans opgevoed. Maar religie deed mij nooit iets. Ik begreep niet waarom mensen in vredesnaam aan hun geloof vasthielden. Waarom zou je zoveel tijd en energie steken in iets waarvan niemand weet of het waar is of niet? Of er duizend goden zijn, zoals ze dat in het hindoeïsme beschrijven, of dat er maar één God is, zoals in de Islam en het Christendom? Ik snapte dat nooit, tot ik voor mijn stage bij de Anne Frank Stichting kwam. Daar krijg je natuurlijk ook de achterliggende context mee. Daar moet ik me ook wel in verdiepen, omdat ik een collectieplan aan het ontwikkelen ben voor een behoorlijk religieuze plek. En hoe meer ik las, en hoe mensen ik sprak, des te beter ging ik het geloof begrijpen. Er komen veel mensen uit Israël naar het Achterhuis, voor hen is het een soort bedevaartsplek. En dan merk je hoe emotioneel dat voor sommige bezoekers is, en hoeveel houvast en hoop het geloof mensen kan geven.”

Patrick Waller - directeur Servicebureau

“De tolerantie in Nederland – ik zeg niet acceptatie, maar de tolerantie in Nederland is hoog. Je kunt zijn wie je bent. Je moet anderen daar niet te veel mee lastigvallen, maar je mag wel zijn wie je bent. Dat was anders in Mexico, waar ik ruim 30 jaar geleden opgroeide. In Mexico werd er niet over gepraat, zeker in die tijd. Als je in Mexico overleed aan aids, dan overleed je niet aan aids. Dan overleed je aan iets anders. Ik denk als ik in Mexico was gebleven, ik heel anders was geweest. Ik denk dat ik tot mijn 30e thuis was blijven wonen. Dat ik niet uit de kast was gekomen tot veel later. Ik had waarschijnlijk een dubbelleven geleid, zoals heel veel mensen die ik in Mexico ken hebben gedaan. Het heeft me heel erg goed gedaan om naar Nederland te komen. De openheid van jezelf kunnen zijn, en anderen respecteren om hoe zij zijn, dat heb ik hier geleerd.”

Maartje Kramer - student Cultureel erfgoed

“Buikdansen is een heel oude dans, met een prachtige geschiedenis. Het wordt door veel mensen gezien als iets seksueels, maar van oorsprong is het juist een mooie, nette dans. De roots van buikdansen liggen in India, en via de zigeuners is deze dans stukje bij beetje door heel Europa verspreid. Dat vind ik een mooi idee. Flamenco stamt bijvoorbeeld ook af van de buikdans. In Egypte en Turkije is de dans heel groot geworden om een andere reden; daar is de geschiedenis meer gekoppeld geraakt aan harems. Dat historisch besef is belangrijk voor mij. Bij mijn opleiding Cultureel erfgoed, maar eigenlijk bij alles wat ik doe. Ik vind het belangrijk om te weten hoe zo’n dans zich ontwikkeld heeft, waar ze vandaan komt en waarom ze is geworden wat ze nu is.” 

Boukje Gabreëls - student Architectuur

“Op de vraag wat ik na mijn afstuderen wil doen, kan ik verschillende antwoorden geven. Ik kan een kwetsbaar, onzeker antwoord geven. Of ik kan een heel stoer antwoord geven, dat ik Rem Koolhaas van de troon ga stoten of zo. Het zit allebei in mijn hoofd. Ik zat hiervoor in de directie van NS Stations, en na een loopbaan van ruim twintig jaar ben ik met die baan gestopt om terug naar school te gaan. Als je zo rigoureus het roer omgooit, dan wil je dat ook waarmaken. Ik zit vol inspiratie. Ik wil heel grote, mooie dingen maken. Ik wil dingen neerzetten waar mensen echt van onder de indruk zijn. Aan de andere kant: zelfs als ik het curriculum binnen vier jaar doorloop, ben ik 50 als ik afstudeer. Dan ben ik 50 als ik me mag registreren als architect. En dan ben je er nog lang niet: je moet zo veel vlieguren maken. Gaat me dat nog lukken? Heb ik nog tijd? Kom ik er nog tussen?”

Dimitri Cruz - roostermaker Reinwardt Academie

“Dat is een beetje de grap hier, dat ik niets van erfgoed af weet. Ondertussen wel natuurlijk, je vangt het een en ander op. Maar ik ga niemand ervan overtuigen dat ik in mijn vrije tijd naar musea ga, of dat soort dingen. Dat levert juist heel leuke discussies op met studenten, bijvoorbeeld als je het hebt over betekenisgeving. Zij zijn natuurlijk de erfgoedprofessionals, zij hebben net iets geleerd en staan daar dan op het schoolplein over te praten. En dan kom ik als leek dat gesprek in met een heel andere kijk op erfgoed. Zij vinden dingen belangrijk die ik niet belangrijk vind. En voor hen is het interessant om te beseffen hoe de rest van de bevolking naar deze dingen kijkt.
Het advies dat ik aan studenten zou geven? Relativeer. Neem jezelf niet ál te serieus. Soms willen ze nog te groot of te moeilijk denken. Keep it simple. Wat ik ook zeg in onze studentenvereniging Depot, als studenten dingen willen organiseren:  hou het makkelijk, hou het uitvoerbaar. Ga nou geen berg maken van een heuvel. Ga geen beren op de weg zoeken. De studenten nemen sommige dingen te serieus, en dat zie ik ook terugkomen in bepaalde vakken. Dat ze een vak niet halen, omdat ze te groot hebben gedacht. Houd het simpeler. Relativeer.” 
 

Sue-Ann Bel - alumna Mime

“‘Jij bent echt krachtig,’ of, ‘Jij bent echt een sterke vrouw.’ Dit zijn woorden die ik veel heb gehoord de afgelopen vier jaar. En dat is goed, want dat geeft richting aan hoe ik me ontwikkel als performer. Maar mij kon het ook heel erg remmen. Ik kon daar heel bang van worden. Als mensen tegen mij zeiden dat ik een krachtige speler was, of dat ze het altijd zo spannend vonden als ik op het podium stond, dan schrok ik daarvan. Omdat ik me helemaal niet zo voelde. Omdat ik er niet bewust van was dat ik dat uitstraalde. Eigenlijk maakte dat me juist kleiner. Ik ging denken: ‘Oké, mensen zeggen dat ik krachtig ben, dan moet ik dus ook krachtig zijn.’ Ging ik alles heel krachtig lopen doen. Maar dat putte me uit. Want het ging voelen alsof de persoon die ik ben wanneer ik me eens wat kleiner voel, of onzeker, niet relevant is. Alsof dat niet de Sue-Ann is die ik als performer of kunstenaar moet zijn. Door de opleiding heen was ik een beetje bang geworden voor de verschillende meningen die ik te horen kreeg. Ik was bang geworden voor wat ik uitstraal. Bang voor dat ik een zwarte vrouw ben, en dat dat iets betekent in deze maatschappij, op dit moment. Vanuit die angst heb ik mijn afstudeersolo LEBNNA-EUS gemaakt. En nu zie ik dat ik juist ook een belangrijke rol kan vervullen, met mijn kleur.”
 

Delen